terug  begin  verderprepost
[p. 67]

26

Amersfoort

Zaterdag

10 April 1915

 

Beste Aart.

Je brief kwam net bijtijds. Ik was n.l. juist van plan, je vanavond te schrijven, en kan dat nu nog doen in aansluiting aan je brief. Ik moest je n.l. schrijven ter introductie van mijn vriend Mees, die je zoo dolgraag eens een bezoek zou komen brengen. En aangezien ik hem wel waardig oordeelde om tot het heiligdom van den dichter van ‘Herscheppingen’ te worden toegelaten, beloofde ik hem dit. Hij is een zeer zwijgzaam en teruggetrokken levend jongmensch, sinds kort doctorandus in de chemie, veel lezend en veel droomend, en een groot bewonderaar van jou. De rest zul je zelf wel merken. Ik heb hem geschreven, dat hij Kinderland maar moet gaan betalen, dat is dan meteen een reden voor hem om je op te zoeken. Ook schreef ik hem, je vooruit te schrijven en 's avonds te komen - dat is immers de tijd, waarop je 't liefst bezoek ontvangt?

Neen, ik lees op 't oogenblik niets meer, dankzij mijn examen, behalve kranten en anti-Duitsche brochures. (Het gaat de geallieerden intusschen weer goed, de laatste dagen, o pan-Germaan!). Maar na het examen ga ik onmiddelijk je Kinderland lezen, dat beloof ik je. Het examen zal nu niet meer worden uitgesteld. 3 Mei is de datum, en dan doe ik het ook, al is de mogelijkheid van er te komen vrijwel nul.

Groot Nederland heeft mijn verzen aangenomen, ik heb de proeven gehad, maar zij zijn niet verschenen, evenmin als een gedicht in Onze Eeuw, waarvan ik ook deze maand de proef kreeg.107

Ik krijg zeker wel overdrukjes van je stukken, die niet in de Beweging verschijnen? Het deed mij genoegen, dat je mijn stuk over het Verlangen approuveert. Het eene citaat, dat je niet zoo direct thuis kon brengen, is van Shelley, uit een gedicht, dat begint: One word is too often profaned/For me to profane it.108

Hoe vondt je Cronheim? Wel een aardige jongen, niet? En verder zal het je Bier-

[p. 68]



illustratie
Blad 1 en 2 van een brief door J.C. Bloem aan Aart van der Leeuw, d.d. 3 december 1914

[p. 69]



illustratie

[p. 70]

und-Sauerkrautsche hart wel goed hebben gedaan, even een soortement Mof bij je te hebben gehad.109

Met de inschrijvingen op de Beweging loopt het nog niet hard. Ik denk niet, dat we er meer dan 30 zullen krijgen, dat is dus maar de helft. Wij gaan nu, op 't initiatief van de Haan, aan alle bibliotheken en leeszalen de circulaire sturen.110 Ik kreeg een alleraardigsten brief van Verwey over mijn Verlangen, en sprak hem ook nog eens. Wat een beste, hartelijke man is hij toch, en wat een rotpubliek hebben wij toch, dat hem zoo miskent! Enfin, zoo is het overal en ten allen tijde geweest.

Zoo is v. Schendel dan toch eindelijk eens bij jelui geweest. 't Heeft veel voeten in de aard gehad! Hoe heet zijn nieuwe boek?111 Ik heb hem in geen tijd gezien, maar hoop hem na mijn examen weer eens te kunnen opzoeken. Hoe maken Toos, Joh en je zelf het? Je schreef er niets over, dus ik vermoed van goed. Mijn ouders zijn op 't oogenblik naar den Haag, want mijn grootmoeder v. Eck heeft een beroerte gehad, waar zij wel niet van zal bovenop komen, want zij is al 89 jaar. Op dien leeftijd kan men wel niet veel meer reclameeren, maar toch stemt het mij wel droevig, want zij was de eenige van mijn familie, waar ik werkelijk veel van hield. En die sterft nu juist weer 't eerst!112

[p. 71]

En nu adieu, mijn beste. Dit is de laatste maal, dat ik je schrijf vóór mijn examen, want ik ga mijn uitgebreide correspondentie zoo veel mogelijk reduceeren. Geloof mij met hartelijke groeten aan Toos en Joh, en jezelf

 

steeds je vriend

Jacques

 

P.S. Je komt toch zeker 15 Mei in Noordwijk?113

107Loin d'eux, De spiegel, Euthanasia en Verandering verschenen in Groot Nederland, dl. 13, I (1915), p. 659-666 (herdrukt in: Verzamelde gedichten, p. 68-69, 84-85, 82-83 en 80-81). De eenzame, dat oorspronkelijk De dichter heette, verscheen in Onze Eeuw, dl. 15, II (1915), p. 292-293; het is opgenomen op p. 72-73 van Verzamelde gedichten.
108De beschouwing Het verlangen zou de laatste bijdrage van Bloem aan De Beweging worden (dl. 11, II (1915), p. 67-70). In 1924 werd ze als afzonderlijke uitgave herdrukt bij A.A.M. Stols; ze verscheen in Verzamelde beschouwingen onder de titel Over het verlangen. Het bedoelde citaat betreft de door Bloem vermelde regels The desire of the moth for the star enz.; deze vormen de slotregels van het hiernavolgende vers, dat geschreven werd in 1821 en gepubliceerd in Posthumous Poems (1824):
I
 
‘One word is too often profaned
 
For me to profane it,
 
One feeling too falsely disdained
 
For thee to disdain it;
 
One hope is too like despair
 
For prudence to smother,
 
And pity from thee more dear
 
Than that from another.
II
 
I can give Not what men call love,
 
But wilt thou accept not
 
The worship the heart lifts above
 
And the Heavens reject not, -
 
The desire of the moth for the star,
 
Of the night for the morrow,
 
The devotion to something afar
 
From the sphere of our sorrow?
109Paul Cronheim werkte mee aan De Beweging; hij vertaalde de verzen van Verwey in het Duits.
110Aan Van Eyck schreef Bloem over deze kwestie het volgende: ‘Een paar weken geleden hebben Gerretson, de Haan en ik met Verwey een conferentie gehad in den Haag op de Witte om abonne's te werven voor de Beweging’. (4 februari 1915). Later zou hij hieraan toevoegen: ‘[...] je zult hebben gemerkt, dat we een commissie tot steun v.d. Bew. hebben gevormd op initiatief v. Gossaert. Het resultaat is evenwel vrij bedroevend, ik denk niet, dat wij meer dan 30 abonne's hebben gewonnen, dat is net de helft’. [n.l. van het aantal dat nodig was om het blad niet verliesgevend te doen zijn, 7 april 1915.]
111A. van Schendel, De mensch van Nazareth (1916); zie ook noot 77.
112Met grootmoeder v. Eck bedoelt Bloem zijn grootmoeder van moederszijde, L.H.C. van Eck-Van Barthold.
113Op 15 mei 1915 werd Verwey 50 jaar; zie hiervoor de volgende brief.
prepostterug  begin  verder