terug  begin  verderprepost

38

Almelo 5 Januari 1916

 

Beste Aart. Onmiddelijk na ontvangst van je brief wil ik je er op antwoorden: ik heb de komende dagen nog meer te correspondeeren, en dan zou er wellicht vooreerst niet meer van komen. Hartelijk dank ervoor, van niemand krijg ik zoo

[p. 93]

graag brieven als van jou. Laat ik je allereerst zéér verblijdend nieuws van Floris meedeelen: het was een zeer acute bronchitis, die nu goed genezen is. Hij moet zich nog wat in acht nemen, levertraan slikken etc.. Maar het is toch alles gelukkig weer in orde. Hij is dan ook weer in Kampen terug. - Laat ik nu geregeld je brief afwerken. De sollicitaties. Van die in Deventer heb ik niets meer gehoord; dat zou ook te onwaarschijnlijk mooi zijn geweest: ƒ1800, en dan nog geen eens Mr.. De tweede sollicitatie was in Amersfoort. Het traktement was niet veel: ƒ900, maar de betrekking heel interessant. Juist gisteren ben ik bij den Secretaris geweest, die mij heel aardig ontving. Ik heb daar een paar kwade concurrenten, maar ik geloof, dat ik toch wel een kansje maak, al zal het per slot van rekening toch wel op niets uitloopen. - De derde was voor ambtenaar ter Secretarie v. Hellendoorn (hier tamelijk dichtbij, maar slechte treinverbinding). Dit was eigenlijk meer een pis-aller. Daarover kreeg ik nu juist een telegram, om morgenochtend te komen. 't Is wel een heel mooie gemeente uit een oogpunt van natuurschoon (wat een vreeselijk woord is dat toch geworden, terwijl er toch eigenlijk niets tegen te zeggen is, maar je denkt direct aan vereenigingen tot bevordering van het vreemdelingenverkeer etc.). Misschien dat dit mijn bevrienden natuurdichter nog wel eens van den oever van zijn sloot weglokt. tot een Gesprek op den Monte Hellen-doornis, met den alom geliefden zanger v. Cophetua.166 - Mijn verzen zijn niet verder gevorderd, maar zij zijn zoover af, dat zij bij tijd en wijle zeker af zullen komen.167 Terwijl ik bezig ben ze te schrijven denk ik er voortdurend aan hoe leuk het zal zijn ze aan jullie voor te lezen en dan word ik zoo kriebelig ervan dat het maar niet wil vlotten, dat ik de heele rommel in de kast gooi - en zoo nog minder opschiet. - Maar ik zal nu toch beslist een bundel uitgeven, anders komt er nooit wat van. The Temple ken ik d.w.z.. zooals ik iets ken: van alles en nog wat en niets behoorlijk.168 O die heerlijke rust van jelui, die lezen kunt! Ik kan alleen maar zitten fidgeting over een boek heen, met mijn gedachten en verlangens mijlen ver weg. Je weet niet hoe gelukkig je bent - maar zoo gaat het altijd: wat men heeft wordt pas gewaardeerd als men het niet (meer) heeft. Een oude en koegelijke waarheid, maar buitengewoon juist. Bijv. ook gezondheid. Daar kan ik nu van meepraten. Om nu nog even op The Temple terug te komen: voorzoover ik het ken vind ik het heel mooi, maar toch niet te vergelijken met Luiken.169 (Ik denk

[p. 94]

eigenlijk, dat het recente je verhoudingsgevoel wat heeft door de war gebracht - iets wat ik ook altijd heb bij het lezen). Ik heb het boek ook - maar natuurlijk ingepakt. Je weet niet, hoe beroerd dat is. Anders was ik natuurlijk dadelijk naar mijn boekenkast gevlogen en had het in naam van de Voorburgsche drieëenheid† gelezen.

Toch (dit heeft er niet veel mee te maken) vind ik het heerlijkste moment altijd het koopen, en niet het lezen van een boek. Ten eerste om het bezit, maar wat je je van het boek op dat oogenblik droomt, vervult het uit den aard der zaak toch nooit zoo geheel. - Ik dank je bij voorbaat voor je overdrukjes.170 Later schrijf ik er wel eens over, als ik ze gelezen heb. Het doet mij geweldig veel genoegen, dat je weer zoo productief bent. Wij moesten toch op een zelfde plaats wonen, dat is altijd nog hèt levensideaal voor mij. En als wij dan iets nieuws hadden gemaakt, het elkaar voorlezen. Als jij maar niet zoo aan dat pestilente Voorburg gehecht was. Ruk je los ‘van alle de U bindende banden.’171

Karel Wasch doet zijn vuile wasch niet en famille. Hij liever dan ik!172 Neen, dat stuk van v. Eyck heb ik ook niet gegoûteerd. Ik ben het volmaakt eens met wat je erover schreef.173 Als je nu eens een alleraardigst boekje wil lezen, lees dan

[p. 95]

Brusse: Zijn excellentie de generaal.174

- Ik heb dezelfde Jean Paul, die jij hebt, alleen anders gebonden, gekocht.175 Nu mijn beste, veel liefs voor T. en J. en geloof mij

 

steeds je vriend

Jacques

 

† Met deze uitdrukking ben ik buitengewoon in mijn schik. Hoe vindt jij hem?

166Dit is een toespeling op een publikatie van P.N. van Eyck, Gesprek op de Monte Mario in: De Beweging, dl. 11, IV (1915), p. 189-200. Zie noot 173.
167Zie noot 164. Begin 1916 zou Bloem ook nog een begin maken met Troost des donkers, dat verscheen in De Gids, dl. 84, III (1920), p. 381-382 en herdrukt werd in Verzamelde gedichten, p. 109-110.
168The Temple, or Sacred Poems and Private Ejaculations (1633), een verzameling religieuze verzen van George Herbert (1593-1633). Engels dominee, dichter en romanschrijver; met John Donne één van de eerste en grootste ‘metaphysical poets’.
169Men noemde Herbert wel een emblemata-dichter op grond van de titels van sommige van zijn gedichten (The Church Floor, Easter Wings). Hij leverde echter geen commentaar in dichtvorm bij moralistische afbeeldingen, maar drukte zedelijke ideeën uit in termen van de beschrijving van voorwerpen uit het dagelijks leven of, zoals hij zelf zei: ‘bodied ideas’.
170Het kan hier niet om gedichten gaan, aangezien Van der Leeuw eind 1915 - begin 1916 zijn poëzie uitsluitend in De Beweging publiceerde, waarop Bloem een abonnement had. Waarschijnlijk zou Bloem een overdrukje van De goede herder ontvangen, dat verscheen in De Nieuwe Gids, dl. 31, I (1916), p. 18-37 of van De reismakkers, dat verscheen in De Tijdspiegel, dl. 73, I (1916), p. 1-15, waarvoor hij Van der Leeuw bij voorbaat bedankte. De verhalen zijn herdrukt in Sint Veit en andere vertellingen, het eerste onder de titel Amarillis.
171Bloem zinspeelt hier op de eerste strofe van De zwemmers uit de bundel Liederen en balladen van Aart van der Leeuw, p. 100-103. Deze luidt als volgt:
 
‘Zij roepen en wringen de handen
 
De poppekens klein aan het strand:
 
“Bij alle de U bindende banden
 
Keert weer naar den veiligen kant”!’
172Bedoeld is het gedicht Overgave van Karel Wasch in De Beweging, dl. 11, IV (1915), p. 201-203. Hierin beschrijft hij in verheven, maar duidelijke bewoordingen de Overgave van de ik-figuur en de toegesproken vrouw aan elkaar, die uitzicht biedt op blijvende vereniging in een later leven.
173Bloem doelt hier op een bijdrage van Van Eyck aan De Beweging, dl. 11, IV (1915), p. 189-200, getiteld Gesprek op de Monte Mario; hij zou deze beschouwing voortzetten in De Beweging, dl. 12, I (1916), p. 15-22 onder de titel Kunst en kosmos. Op dit laatste stuk kunnen Van der Leeuw en Bloem nauwelijks gereageerd hebben, gezien de datum van deze brief (5 januari 1916); de reactie van Van der Leeuw is niet bewaard gebleven. Beide studies handelen over een kunst, ontstaan uit het kosmisch levensgevoel; niet in het aardse, maar in het kosmische ligt de zin en de rechtvaardiging van het menselijk leven. Zie voor een uitvoerige bespreking van deze studies H.A. Wage, Dagend dichterschap. Een onderzoek naar de ontwikkeling van de dichter P.N. van Eyck tot en met de Italiaanse periode . I. Leiden, 1967. [Diss. Leiden], p. 313-323. Over Gesprek op de Monte Mario zou Bloem op 25 september 1916 aan Van Eyck schrijven: ‘Dat was een uiting van intellectualisme in den slechtsten zin: zeer ingenieus praten over de dingen zonder ze eenigszins werkelijk te benaderen. Wat een ijselijke boom was dat over de natuur - en de natuur zelve was verder dan ooit’. De studies van Eyck zijn herdrukt in Verzameld werk III, p. 577-589 en p. 598-605.
174M.J. Brusse, De zonderlinge avonturen van ‘Zijne Excellentie de Generaal’ . Rotterdam, 1915. Hierin bewerkte Brusse zijn bijdragen aan de N.R.C. in de rubriek Onder de menschen. In plat-Rotterdams worden de lotgevallen van de zwerver Racier, ook wel genoemd ‘Zijne Excellentie de Generaal’, verteld.
175Het is, gezien Van der Leeuws voorliefde voor biografieën, mogelijk dat Bloem doelt op het drie jaar eerder verschenen boek van Josef Müller, Jean Paul. Biographie und Spruchaus-wahl..
prepostterug  begin  verder