terug  begin  verderprepost

61

Almeloo

9 Juni 1917

 

B.A.

Ons IJsel-album is vol. Hierbij de plaatjes en bons, die we over hebben: ik vermoed, dat jij ze nog wel zult kunnen gebruiken, en 't ontheft jelui meteen van de verplichting om je een diarrhee te eten aan die beroerde Verkade-koek.235

Verder heb ik geen nieuws. Ik zit nog steeds tot over mijn ooren in de misère. Schulden, arbeidsbeurs etc..

Heb je mijn eerste boekbespreking in het Pinksternummer v/d oude Groene gelezen? Niet, dat die overigens iets om 't lijf heeft. Ik zal er weer eens op gaan aandringen, dat de tweede, over Gossaert en jou, gauw verschijnt - in de Nieuwe Groene van de volgende week komt een anti-democratisch stukje van me; met een tegenonderschrift van Wiessing.236

[p. 124]

Hoe maken jelui het? Ik hoop goed. Het prachtige weer zal jelui wel veel goed doen.

Ik heb de vorige week allergezelligst bij Arthur [van Schendel] gelogeerd. Triebels was er ook.237

Nu adieu, o drei Getreuen. (Doet deze betiteling in het barbaarsche idioom jelui niet heerlijk aan). 't Beste met jelui en geloof mij

 

als steeds geheel je

Jacques

235Bloem doelt op het album De IJsel, verzorgd door Jac. P. Thijsse met illustraties van L.W.R. Wenckebach, E. Koning en J. Voerman jr. Het kwam in 1916 uit in Zaandam en kostte - zonder plaatjes - fl. 0.75. De plaatjes werden, behalve bij de koek, ook geleverd bij beschuit en waxinelichtjes.
236Bloem doelt op een ingezonden stuk over Professor Bernhardi, een toneelstuk van Arthur Schnitzler, dat overigens eerst verscheen in De Nieuwe Amsterdammer, nr. 134, 21 juli 1917, p. 3. H.P.L. Wiessing schreef er een onderschrift bij.
237Zie noot 223.
prepostterug  begin  verder