terug  begin  verderprepost

75

Almeloo

28 April 1918

 

Beste Aart.

Op mijn brief van een paar weken geleden, waarin ik je mijn ontslagneming meedeelde, heb ik, tot mijn groote verwondering niets gehoord. Bij anderen zou ik in zoo'n geval misschien aan onhartelijkheid of althans négligence denken, maar dat is me bij jou volslagen onmogelijk, en de eenige verklaring, die mij rest, is: dat jij of Toos zich misschien niet wel gevoelt - physiek of moreel. Ik kom daarom eens naar jelui gezondheidstoestand informeeren. Van ganscher harte hoop ik, dat mijn voorgevoelens geen waarheid zullen blijken te zijn geweest, en dat je alleen

[p. 148]

niet geschreven hebt - omdat je er niet toe kon komen, zooals mij ook zoo dikwiils gebeurt.286a

Ik zit erg op 't vinkentouw. 't Is niet onmogelijk, dat ik een baantje krijg in den Haag: Secretaris v/d Directie v/e Levensverzekeringsmaatschappij. Schrik niet, bij het herdenken aan je eigen Dordtsche ellende. 't Is in zijn soort een heel vrij baantje: geen vaste kantooruren bijv.. Zoodra het gedecideerd is, schrijf ik je natuurlijk.

En dan - in Voorburg te kunnen wonen, met jou en Toos en Joh in mijn nabijheid! Dat alleen zou het beroerdste bestaan worth living maken. Je kunt misschien al eens terloops voor mij kijken, of er ergens geschikte kamers zijn. 't Zal er ook wel schreeuwend duur zijn, heel den Haag en omtrek is sinds de oorlog zoo; maar daar is nu eenmaal niets aan te doen. Ik zou beginnen op ƒ150 in de maand, dat is dus nogal behoorlijk. Ik zou al dadelijk na Pinksteren moeten komen, dat is wel jammer, want ik had bij Arthur [van Schendel] willen gaan logeeren. Dien heb ik ook gevraagd, of hij niet kon bewerken, dat ik vast vertaler bij het Nederl. Tooneel kon worden (hij is zoo wel met Verkade).287 Alleen betalen dergelijke dingen zoo slecht. Ik zou dan cursussen kunnen gaan geven, tegen betaling, zooals ik dezen winter gratis in Amersfoort heb gedaan.288 Maar 't is alles zeer onzeker, en dat zou mij nu niets kunnen schelen, ware het niet, dat ik zoo in den beer zat. Ook is er nog altijd geen decisie gevallen, of ik bij Burgersdijk en Niermans kan komen. Dat zou après tout nog wel het beste zijn, maar dat zal dan ook wel mijn neus voorbijgaan.289

- Je ziet, dat ik inderdaad op het voornoemde touw zit. Enfin, in elk geval ga ik hier vandaan, dat is het voornaamste. Ik kan het hier niet uithouden; hoe dolveel ik ook van mijn ouders houd, Almeloo brengt mij in een toestand van manische depressie. Nog 3 weken, en dan zeg ik adieu, anyhow.

Ik lees op 't oogenblik Der Idiot. Wat een geweldig boek. Behalve Emily Brontë is er geen enkel prozaschrijver (ik bedoel natuurlijk romanschrijver) dien ik naast Dostojefsky kan stellen.290

Ik ben zelfs aan een vers begonnen, maar om ooit nog iets te kunnen scheppen moet ik hier vandaan. Als ik dan tenminste nog niet heelemaal steriel ben geworden.

[p. 149]

Nu nog iets: Welke boeken heb ik je ook weer beloofd? Schrijf mij dat eens, dan zal ik ze je sturen, of, als ik toch in V. kom, ze apart houden.

Nu adieu, mijn beste. Antwoord mij nu eens gauw betreffende jullie 3er welstand, zie eens of ik eventueel behoorlijke kamers in Voorburg zou kunnen krijgen en geloof mij met heel veel hartelijks voor jelui allen

 

steeds je

Jacques

286aVermoedelijk heeft deze brief Van der Leeuw nooit bereikt; hij is immers ook niet in deze verzameling brieven overgeleverd.
287Van Schendel had relaties met het toneel; van 1891 tot 1893 was hij leerling aan de Amsterdamse toneelschool. Hij heeft echter geen eindexamen gedaan en deed ook geen pogingen carrière te maken in het theater. Eduard Verkade (1878-1961) was goed bevriend met Van Schendel; hij zou Van Schendels toneelstuk Pandorra (1919) opvoeren; dit vond echter geen doorgang.
288Zie brief 67, noot 259.
289Zie brief 68.
290In 1868 verscheen De Idioot van Dostojefski.
prepostterug  begin  verder