terug  begin  verderprepost

91

St. Nicolaasga332

26 November 1929

 

Beste Aart

Al lang ben ik van plan geweest, je eens te schrijven. Het spijt mij zoo, dat wij, die altijd zulke goede vrienden zijn geweest, nooit meer iets van elkaar hooren en ik heb mij altijd afgevraagd, of je onjuiste vermoeden van destijds, dat ik minder voor je werk zou gevoelen, daar soms schuld aan is. Hoe het zij, ik wil toch nog weer eens een poging tot contact wagen, hopende dan van jou iets terug te hooren. In de eerste plaats dan: hoe maken jelui, Toos, Joh en jij, het? Werk je nog geregeld? En de gezondheidstoestand, hoe is die? Lees je nog veel? Ken je The House of Souls, van Arthur Machen? Zoo niet, dan moet je dat gauw eens lezen, want dat lijkt mij echt een schrijver naar je hart. Misschien dat ik het voor de Wereld-

[p. 166]



illustratie
Clara Eggink

[p. 167]

bibliotheek ga vertalen, als ze het tenminste aandurven, want het is een betrekkelijk groot boek en niet voor de groote hoop.333

Wij maken het goed, alleen heb ik het financieel natuurlijk nogal moeilijk, omdat ik zoo'n schijntje verdien en voor een huishouden, zelfs een zoo sober als het onze, altijd nogal wat komt kijken. Over het algemeen ben ik toch erg blij met den huwelijkschen staat en mijn kleine jongen is een schat, dat kan ik gerust zeggen, want dat zou je ook zeggen, als je hem zag. Ik zou toch nog zoo graag eens met mijn vrouw en hem bij jelui komen, maar ik ben hier zoo'n afschuwelijk eind van alles weg. Dat is wel het grootste bezwaar van het wonen hier: de afstand. Vooral voor ons, die beiden zoo graag goede vrienden om ons heen zien. En verder: je bent hier zoo absoluut verstoken van alles, wat er op kunstgebied gebeurt en nu ben ik wel allerminst dol op uitgaan en mijn vrouw ook niet zoo erg, maar er zijn toch altijd wel eens interessante dingen, en daar blijft men hier altijd buiten. Ik ben dan ook alweer doende om hier weg te komen, maar ik zit hier nog pas 1½ jaar en dus vrees ik, dat het nog wel niet zoo gauw zal lukken, ook al houdt de minister, wat ik hoop en ook wel geloof, rekening met het feit, dat ik al zoo oud was, toen ik in de rechterlijke macht kwam.

Je hebt met je Speelman een mooi succes gehad en hebt er zeker ook nog wel wat aan verdiend.334 Geef je gauw weer eens iets uit?335 En leven je ouders en zuster nog in Apeldoorn? - Nu mijn beste, laat je eens iets van je hooren? En geloof mij intusschen met erg veel hartelijks, ook voor Toos en Joh en van Claartje,

 

steeds je

Jacques

332In het voorjaar van 1928 werd Bloem benoemd tot griffier van het kantongerecht in De Lemmer; hij zou dat blijven tot hij in 1931 benoemd werd in dezelfde functie in Breukelen. Tijdens de periode 1928-1931 vestigde hij zich met zijn gezin - in 1927 was zijn zoon Wim geboren - in Sint Nicolaasga.
333The house of souls van Arthur Machen (1863-1947; pseudoniem van Arthur Llewellyn Jones) verscheen in 1906; Bloem heeft dit werk niet vertaald voor de Wereldbibliotheek. Wel was in 1928 zijn vertaling De krekel bij den haard van Charles Dickens verschenen bij uitgeverij Kosmos. In 1932 zou de Wereldbibliotheek zijn vertaling van Precious bane van Mary Webb, Kostbaar gif getiteld, uitgeven; zie hierover de brieven 92-98 en de daarbij behorende noten.
334 Ik en mijn speelman verscheen in 1927 bij Nijgh & Van Ditmar in Rotterdam; in 1929 waren al drie drukken van deze roman verschenen, hetgeen voor het werk van Van der Leeuw een ongekend succes betekende. De recensies van Ik en mijn speelman waren zonder uitzondering positief; zie hiervoor de bibliografie in Aart van der Leeuw, p. 354-355.
335Het volgende boek van Van der Leeuw verscheen in 1930: De opdracht .
prepostterug  begin  verder