terug  begin  verderprepost

97

St. Nicolaasga

14 Augustus 1930

 

Beste Aart

Dat ik je nu pas voor je uitvoerigen brief van twee weken geleden kom bedanken ligt hieraan, dat ik nog steeds wachtende was (en ben) op antwoord van v. Eyck. Ik hoor echter, dat deze in Bergen is, maar kan niet aannemen, dat hij mijn brief niet gekregen zou hebben, want ik schreef dien tegelijk met dien aan jou. Het zal dus nog wel komen, maar ik wil in elk geval niet langer wachten met aan jou te schrijven.350

Om te beginnen wil ik nog even terugkomen op dat vervloekte Precious Bane. (Het is bepaald een aangename harmonie, dat precious ook verdomd kan beteekenen). De Engelsche dictionnaire van Prick v. Wely, die ik altijd goed heb gewaand, is, blijkt mij nu steeds meer, allerberoerdst: een slechte verhollandsching van de Concise Oxford Dictionary. In vele moeilijkheden, waarin P.v.W. mij niet hielp, heeft dit woordenboek het wel gedaan. Het is trouwens voortreffelijk. Maar nu om op P.B. terug te komen. Uit een Engelsch encyclopedietje (de Everyman's, voor den oorlog uitgekomen, maar ook alleraardigst), had ik die bane-berry ook al gehaald. Het zit n.l. zoo, dat Precious Bane, hoewel tevens een overdrachtelijke, ook de beteekenis van een bloem of plant moet hebben en die is het juist, die ik niet kan vinden. In het laatste hoofdstuk van de tweede afdeeling wordt erover gesproken. Ik zal dit even citeeren.

It was one of the times in Gideon's life when he might choose his blessing, the path of love and merry days where the pretty paigle grew, the keys of heaven (allebei sleutelbloem), or the path of strange twists and turns, where was the thing of dread, the bane, the precious bane, that feeds on life-blood.

En even later nog:

--- the precious bane as I read about in the book the Vicar lent me.

Welk boek wordt niet gezegd, maar ik dacht, dat het dan wel the Pilgrim's Pro-

[p. 174]

gress zou zijn. Ik kan daar echter niets in vinden, hoewel ik het grootendeels, hoewel natuurlijk vluchtig, heb doorgelezen.351

Wat nu het Christoffelkruid betreft, je schrijft, dat dit een vergiftige bes produceert. Dat zou dus in zoover best kunnen. Maar Schrijnen zegt er in zijn volkskunde over:

Het verschaft toegang tot onderaardsche schatten en wapent tegen allerlei booze invloeden.352

Dat komt dus alweer heel slecht uit.

Ook heb ik gedacht aan het wolf's bane, dat je je natuurlijk uit de Ode on Melancholy herinnert.353 Prick, die alle vogels en planten-namen naar mijn vermoeden allergekst vertaalt (ik weet wel niets van planten en vogels af, maar ik ken de woorden op zichzelf toch wel uit de litteratuur), vertaalt dit door wolfswortel, maar via de Concise en de Fransche dictionnaire ben ik erachter gekomen, dat dit de aconiet of monnikskap is. Zou dat misschien iets zijn? - Aanvankelijk heb ik mij afgevraagd, of er met P.B. niet ‘giftplant’ in het algemeen werd bedoeld, maar uit de citaten, die ik je gaf, kreeg ik toch wel zeer den indruk, dat er een bepaalde bloem of plant mee werd bedoeld. - Je zoudt mij zeer verplichten met mij daarover nog eens je meening te schrijven, want het duurt nog wel een week of drie, eer ik bij je kom en ik moet het zoo gauw mogelijk aan v. Suchtelen melden.

5 September gaan wij naar den Haag en wij denken dan Zaterdag den 6den bij jelui te komen. Maar daarover schrijf ik je nog wel bijtijds. - Bij voorbaat veel dank voor je nieuwe inlichtingen, die ik wel even onbeantwoord mag laten: ik heb het zoo druk met vertalen, correspondentie en gewone werk, en tot spoedig dus. Geloof mij inmiddels, met erg veel hartelijks, ook aan Toos en Joh en van Claartje,

 

steeds je

Jacques

350Uit de brieven van Bloem aan Van Eyck is niet op te maken op welke vraag Bloem een antwoord verwacht. Waarschijnlijk heeft zijn vraag betrekking op de vertaling van Precious Bane.
351In 1678 verscheen The pilgrim's progress van de Engelse prediker en schrijver John Bunyan (1628-1688). Het is geschreven in de vorm van een droom-allegorie, handelende over de militante christen, die vecht tegen de macht van het kwade. Het is mij niet gelukt vast te stellen waaruit deze toespeling wel afkomstig is. Bloem zou deze regels als volgt vertalen: ‘Het was een van die tijden in Gideon's leven, dat hij zijn zegen zou kunnen kiezen, het pad van liefde en blijde dagen, waar het lieve St. Pieterskruid groeit, de hemelsleutel, of het pad der vreemde krommingen en wendingen, waar dat vervaarlijke ding is, de gifplant, de kostbare gifplant, die zich voedt met menschenbloed’ (p. 187) en: ‘Niet als het de kostbare gifplant is, waar ik van gelezen heb in het boek, dat Dominee mij geleend heeft?’ (p. 190).
352Bloem heeft hier Nederlandsche volkskunde van Jos. Schrijnen op het oog. In deel II (p. 341-343) schrijft deze: ‘In de Limburgsche bosschen vindt men het Kristoffelkruid (Actaea spicata). Het verschaft toegang tot onderaardsche schatten en wapent tegen allerlei booze invloeden. Het volksgeloof wijdde de plant aan Sint Kristoffel, wiens legende veel overeenkomst vertoont met het Noorsche verhaal, hoe Loki door Thor over de reuzenrivier gedragen werd, welke het doodenrijk omgeeft. Want het doodenrijk is het rijk der schatten’.
353De Ode on Melancholy (1819) is een van de grote odes van Keats.
prepostterug  begin  verder