Heeft het Paleis op de Dam een sociaal-culturele functie?
Dat schijnt zo.
Als ik het goed heb, is die gedachte voor het eerst ontwikkeld in alternatieve kringen. Aanvankelijk werd daar het standpunt gehuldigd dat het bouwwerk ten onrechte op naam stond van de koninklijke familie en in feite toebehoorde aan alle Amsterdammers omdat het indertijd immers als stadhuis was opgetrokken.
Nou is dat natuurlijk flauwe kul. In de eerste plaats deugt dat type historische aanspraken nooit (‘Südtirol ruft Berlin’, heb ik nog maar een paar jaar geleden op een Noorditaliaanse muur zien staan), en in de tweede plaats: als je dan tóch zonodig met de Geschiedenis wil beginnen, bedenk dan ook dat in de zeventiende eeuw de lakens werden uitgedeeld door een soort Han Lammers met een grote kanten kraag om (het was het tweede stadhouderloze tijdperk: Amsterdamse regenten zijn altijd tégen Oranje geweest), en dat Jan met de Pet daar toentertijd zeer z'n bek moest houden. Hoe het zij - toen de herovering van het paleis geen haalbare kaart bleek, verlegde lastig Amsterdam z'n eisen naar de meer sociaal-culturele kant van de affaire. En na een tijdje gebeurde wat voorspelbaar was: het establishment begon nattigheid te voelen, greep naar het wapen van de repressieve tolerantie en organiseerde in de Burgerzaal om te beginnen een uitermate maf concert vol roomse muziek die, onder leiding van een heer in een wit vest, werd uitgevoerd door kaalgeschoren mannen en dames van het zang voor een zorgvuldig geselecteerd publiek waarin natuurlijk zes raddraaiers en één stinkbommetje voorkwamen.
Einde sociaal-culturele functie van het Paleis op de Dam.
Hebben we daar nou wat aan?
Volgens mij niet.
Volgens mij is hier sprake van een volstrekt zinloos conflict dat het betreuren te meer waard is, omdat een bevredigende oplossing voor beide partijen zo voor de hand had gelegen.
Kijk - ik ben wel eens in Moskou geweest, en zelfs binnen de muren van het Kremlin. De oude paleiszalen die je daar hebt zijn
consequent ingericht en opengesteld als museumvertrekken. Als bezoeker moet je onder toezicht van een sjofel gekleed en bijzonder lelijk oud wijf je schoenen uitdoen, en je voeten steken in een door haar ter beschikking gesteld paar bespottelijke pantoffels waarin kort tevoren een mogelijk zwaar transpirerende man heeft rondgeschuifeld. Op vilten zolen die de vloer niet kunnen beschadigen sluip je dan urenlang langs de meest onvoorstelbare rijkdommen: kristallen roemers, platina diademen, kolossale diamanten, gouden piespotten, muurlange gobelins, ontzagwekkende ledikanten, in juwelen gevatte koetsen - kortom: het bezit dat allerlei tsaren zich in een tijd waarin eigendom nog niet als diefstal werd gezien moeten hebben toegeëigend over de rug van de Russische boer.
Wekt dat nu woede, onvrede en ressentiment bij de hedendaagse Sowjetburger die op even krankzinnige pantoffels om mij heen zeilt? Integendeel! Leergierigheid, voldoening en innige rust stralen van zijn gezicht. Die man heeft een interessante middag - hij is gedurende korte tijd verplaatst in een wereld die hij thuis niet heeft, nipt aan rijkdommen die hij nooit zal bereiken, en trekt aan het eind van de excursie tevreden zijn schoenen weer aan. Het paleis blijkt een perfecte sociaal-culturele functie te hebben vervuld.
Soortgelijke ervaringen heb ik - bereisd als ik ben - opgedaan in een oud Muzelmannenpaleis in Instanboel, maar ook in het Vaticaan waar gouden en zilveren weelde in een bijna slordige opstapeling getuigt van wulpsere pausen dan we de laatste jaren gewend zijn geweest. Prachtig - ik zou bijna zeggen: sociaal-cultureel heimwee maakt zich op zulke plaatsen meester van mensen die de tijd hebben gemist waarin rijk nog echt rijk was, en macht niet werd gefnuikt door vermogensaanwasbelasting.
Waar vind je dat nog vandaag aan de dag? In sommige oude operettes, en in sommige schitterend gekostumeerde films waarin burgermeisjes als Audrey Hepburn, Greta Garbo, of Romy Schneider zich als keizerin moeten verkleden om ons de illusie van dat verloren paradijs te hergeven. En waar hadden we het in Amsterdam zo kunnen maken? Precies: in de Burgerzaal - en Beatrix hoeft zich niet eens te verkleden, Beatrix is, tegen een honorarium dat lager ligt dan wat Liz Taylor voor haar rol als
Cleopatra kreeg, zo maar te zien terwijl ze luistert naar het Kamerkoor o.l.v. Felix de Nobel, samen met haar Gemaal (heeft u er wel eens bij stil gestaan dat Nederlands de enige taal is waarin de betiteling van de man van een prinses homoniem is met een machine die polders leegmaalt?), en omringd door de burgemeester (zilveren ketting), de sociaal-culturele hoofden en alle andere notabelen van het dorp!
Een sociaal-culturele functie: elke week een door leden van het koninklijk huis bijgewoond concert in een met glas afgeschut deel van de Burgerzaal (dan is meteen die akoestiek beter), en daaromheen, liefst op pantoffels, het mindere volk van Amsterdam dat ook nog boe kan roepen zonder dat de hoge gasten het horen. Waarom springen we toch niet zuiniger om met onze folklore?