Omdat ik geen baard draag, niet op sandalen loop en op geen enkele trendgevoelige etage van De Bijenkorf ooit een halsketting met een mystiek Indiaas ijzerwerkje heb gekocht, ben ik altijd een zekere drempelvrees voor protestacties blijven houden. Maar aan de andere kant ben ik nog maar zelden zo verschrikkleijk in de verleiding geraakt om ergens tegen mee te protesteren als nu tegen de plannen van het Amsterdamse gemeentebestuur om op de plek van de oude RAI een operatempel van 75 miljoen te bouwen.
Eerlijkheidshalve zeg ik er bij dat ik daarbij niet eens ben opgewarmd door allerlei sociaal getinte emoties. Allicht zouden de bewoners van al die troosteloze rotkrotten wel iets leukers weten voor dat geld - voor 75 miljoen kunnen bijvoorbeeld 10.000 mensen hun tweedehands Chevrolet inruilen voor een knap nieuw Opeltje Kadet en dan houden ze nog genoeg over voor een ruime eerste aanbetaling op een kleuren-TV. Zelfs de sociaal-culturele functie van die lange witte Miesgassershal, waar de kinderen uit de buurt nu tenminste nog kunnen basketballen en home-trainen laat ik buiten beschouwing. Waar het mij om gaat is eenvoudig: wie haalt het in z'n hersens om in 1971 serieus de bouw van een opera te overwegen?
Opera, zeg ik altijd, deugt van geen enkele kant. Of je houdt van
toneel en dan is die muziek hinderlijk - of je bent een muziekliefhebber en dan stoort dat acteren. Vanaf het moment dat de radeloze cultuur van het westen deze artistieke bastaard baarde, is het ook hommeles geweest rondom de opera. Begaafde componisten werden krankzinnig van de literaire Schund die ze, als zogenaamde libretto's, toegeleverd kregen van zesderangs schrijvers die gewoonlijk dan ook werden geprotegeerd door keizers, prinsen, hertogen of andere onterechte potentaten. Mensen die echt konden zingen bleken nooit in staat op ook maar enigszins bevredigende wijze zoiets simpels als bijvoorbeeld doodgaan aan de tering uit te beelden. Alten van tweehonderdtwintig pond moesten al kwelend spelen dat ze de zestienjarige ragfijne dochter van de graaf waren aan wie het hof werd gemaakt door 63-jarige heldentenoren, alsmaar onder het wakend oog van haar vader die werd vertolkt door een 23-jarige snotaap, omdat het een bijrol betrof waarvoor de oudere bassen van het Koninklijke Gezelschap zich te hoog voelden.
Sla de literatuur er maar op na - de opera heeft niets dan ellende gebracht en vond haar hoogtepunt dan ook in het oeuvre van de Duitser Richard Wagner die ongeveer 67 Gijsbrechten van Amstel op muziek zette welke nog steeds in Bayreuth worden opgevoerd, omdat het daar twee weken per jaar nieuwjaarsdag schijnt te zijn. In Nederland is men zeventig jaar bezig geweest een zogenaamde operacultuur van de grond te krijgen, en het is nooit gelukt. Of ze speelden slecht toneel, en dan was het niet goed. Of ze zongen vals en dan werd er moord en brand geroepen. Of ze engageerden uit Amerika de enige sopraan die er én mooi uitzag én zich kon bewegen én redelijk de wijs hield - en dan riep Lex van Delden schande in Het Parool omdat Truus Hammelstra-Luigelbek was gepasseerd. Zelfs in aan Duitsland grenzende uithoeken van het land (Twente, Zuid-Limburg) was er met geen miljoen subsidie echt leven in te krijgen, en op het ogenblik dat Willem Drees jr in wanhoop eindelijk z'n stem begon te verheffen, kreeg hij te horen dat hij een aculturele ambtenaar was, en dat is natuurlijk ook zo, maar dat hoeft niet uit te sluiten dat zo'n man op één punt toevallig wel eens gelijk kan hebben.
Kortom - Drees en ik beginnen bij het Nederlandse volk net een beetje begrepen te worden, of Han Lammers, de rode bariton van
het Prinsenhof, wil 'n volksvermogen investeren voor een bouwwerk waarin de janboel moet worden voortgecultiveerd!
Maar mijn standpunt kent hij nu. De opera meet de Pijp uit.