Stinkt het eigenlijk wel zo erg in Oost-Groningen?
Om deze vraag te beantwoorden zullen wij ons eerst moeten verdiepen in de vraag wat stank au fond is, en daartoe stellen we onszelf een derde vraag en wel deze:
Stinkt koeiestront?
Daar hoor je verschillend over oordelen, maar u zult moeten toegeven dat de meeste mensen zich wel twee keer bedenken alvorens die vraag bevestigend te beantwoorden. Sterker: hele verstedelijkte volksstammen scheppen een groot welbehagen in mest, en nog sterker: vele duizenden gezinnen hebben op hun étage boven het keukenfornuis een klompje hangen waarin ze regelmatig dubbeltjes en kwartjes doen teneinde er na verloop van tijd met het aldus gespaarde geld op uit te kunnen trekken en op het platteland een ‘frisse neus’ te halen, d.w.z. de stank op te snuiven van dierlijke excrementen. ‘Wat ruikt het heerlijk’, roepen ze mekaar dan toe, en: ‘Wat zullen we een gezondheid opdoen.’
Toch zou je best kunnen volhouden dat koeiestront onverdraaglijk stinkt - ik ben er zelfs van overtuigd dat het zo is, en dat we alleen het tegendeel denken omdat ons reukorgaan in deze wordt misleid door eeuwenoude, in de grote stad ontwikkelde vooroordelen inzake aangename en onaangename stanken. Ik ken iemand die zelfs in een staat van euforie geraakt als ergens een stuk land is gegierd. Een boer die giert besprenkelt zijn akker met de gedurende een jaar zorgvuldig opgespaarde urine van zijn veestapel. De stank is niet te harden. Toch is die man waar ik het over heb in staat midden op de weg zijn auto tot stilstand te brengen, z'n raampje open te draaien en het op een krankzinnig snuiven te zetten. ‘Gieren!’, hoor je hem dan mompelen, ‘mmmm!’
Wat ik in dit verband ook een aardig voorbeeld vind, maar dan ongeveer omgekeerd, dat is de lucht van de Chemische Fabriek Naarden. Ik kom daar al jaren regelmatig langs, ik heb al die tijd geweten dat ik chemische afvalstoffen rook, maar ik vond het altijd wel een aardige, zij het enigszins onbestemde geur - iets tussen perendrups en lodderein in en in ieder geval een stuk minder penetrant dan mest, Chanel V, sigarenrook of nasi goreng, om eens een paar andere reukprikkels te noemen. Best om uit te hou-
den, heb ik steeds gedacht - tot ik ineens op televisie merk dat Jaap van Meekren het odeur tot stank heeft uitgeroepen en er een gesprek over aanknoopt met de fabrieksdirecteur die schuldbewust toegeeft dat hij er geen oplossing voor weet.
Nou laat ik me uiteraard niet bij m'n frisse neus nemen door Avro's Televizier waar ze allemaal altijd al kijken alsof ze poep ruiken, maar ik haal het even aan als een duidelijk voorbeeld van hoe we voortdurend verder gemanipuleerd worden over stank en stinken en steeds nadrukkelijker worden ingepakt in de mythe dat vlierbomen, koeiemest en landbouwzweet lekkerder ruiken dan de gasbel van Slochteren - terwijl er, in een zinnig op de toekomst gericht beleid alle aanleiding zou zijn om het proces in tegengestelde richting te laten verlopen.
Zodra we immers de vraag wat stank is hebben beantwoord met de vaststelling dat het er maar net van afhangt wat je gewend bent - zal het in deze samenleving zaak worden de mensen te conditioneren op het idee dat er niets heerlijker is dan de geur van industrieafval, de geur van fabrieksexcrementen zal ik maar zeggen. Ik zie hier vooral een taak voor de industrie zelf. In plaats van miljoenen te investeren in de research naar middelen die de stank zouden kunnen wegnemen, kan men beter een aanvang maken met gigantische, sensitivity-training-achtige omscholingsmanoeuvres die, in de perceptie van omwonenden, aan de fabrieksstank uitsluitend aangename associaties schenken van liefst gastronomische of erotische aard, want daar belazer je de mensen naar mijn gevoel toch het efficientst mee.
Met een beetje goed opgezet plan moet het mogelijk zijn nog in de twintigste eeuw in Oost-Groningen een door de AVRO gesteunde felle actie te provoceren tegen boeren die hun koeien klakkeloos op het land laten schijten.