Zou het nou met de kunst alleen maar slecht gaan vanwege de regering?
Het heeft er natuurlijk invloed op. ‘Wijst ons volk den weg naar het toneel en ge wijst het den weg naar een instituut, waar de grondslagen van onze samenleving worden aangetast’, riep in 1935 een Anti-Revolutionair lid van de Amsterdamse gemeenteraad uit. Biesheuvel was toen al een christelijke jongeman, Drees danste om de meiboom en Geertsema kroop in de loudspeaker om geen woord van de Bonte Dinsdagavond Trein te missen. Wat kun je verwachten van een kabinet van calvinisten, profijtsocialisten en liberalen? Vraag het maar aan een artiest die de dertiger jaren heeft meegemaakt: niets.
Toch weet ik niet of het alleen maar aan Den Haag ligt.
Steken, om nou maar één facetje te noemen, onze toneelkunstenaars de handen wel op de juiste manier uit de mouw?
Ik vraag het me maar weer eens af nu ik hoor over een theatergezelschapje dat de boer op is met een gedramatiseerde actualiteit: de godsdiensttwist in Noord-Ierland. Goed werk. Shakespeare zoog al die ellende ook niet uit zijn duim. Halverwege de actuele voorstelling laten de acteurs zien hoe kinderen daar in Ulster spijkerbommen maken uit een handje spijkers, een vleugje buskruit, een lont en een kranteprop. Ook uitstekend. Het toneel is er
onder andere om iets te leren wat je nog niet wist en liefst ter aantasting van de grondslagen onzer samenleving, want die Amsterdamse anti-revolutionair wist al in 1935 verdomd goed waar het om draaide. Als nu die acteurs een paar van die spijkerbommen hebben gemaakt, blijken ze er nog twee dozen vol van achter de hand te hebben, en vóór de toeschouwers het goed en wel beseffen, vliegen hun de geprefabriceerde projectielen om de oren. Voortreffelijk! De functie van het theater in deze tijd is bovenal het slechten van de barrière tussen schijn en werkelijkheid: sprookjes zijn goed om de bleke burgers (Biesheuvel, Drees, Geertsema) te amuseren, maar toneel moet een exponent zijn in de strijd om een rechtvaardiger samenleving.
Ja, ja.
Maar tot nu toe zijn er gedurende de voorstelling van het actuele getuigenis uit Noord-Ierland geen doden gevallen in de schouwburg. Sommige bezoekers schijnen de spijkerbommen behendig te ontwijken, andere werpen ze giechelend naar het toneel terug, alle betoonden hun dank voor het gebodene met een hartelijk en langdurig applaus terwijl de executanten onder bloemen werden bedolven. Het punt is namelijk dat die bommen niet echt zijn. Er zitten misschien wel een paar spijkertjes in, maar geen kruit, en geen lont, laat staan dat die zou zijn aangestoken.
Een gemiste kans dus, en wel in alle opzichten. In de eerste plaats omdat het avontuur hier een functie van de kunst had kúnnen zijn (‘mijn vader behoorde tot de 18 overlevenden van dat beroemde toneelstuk over Ierland’). In de tweede plaats omdat op deze manier de voorpagina nóóit gehaald zal worden - en stel je eens voor: ‘Theater noteert duizendste gewonde’. En in de derde plaats omdat op deze goedkope manier (een pak ouwe kranten en misschien één ons kopspijkertjes) nooit een vuist gemaakt kan worden tegen de CRM-begroting, wat met echte bommen (en al die WA-polissen) wèl mogelijk zou zijn geweest.
Propjes gooien in de klas - dat lijkt me nou precies wat Biesheuvel, Drees en Geertsema door de beugel vinden kunnen.