terug  begin  verderprepost

Geen balletdanseres

In de Nieuwe Linie van deze week noemt dr Walter Goddijn de rooms katholieke kerk in Nederland ‘een balletdanseres waar een spotje op staat.’

Zo'n beeld, daar zou ik nou nooit op gekomen zijn.

Mijn onverbiddelijke associatie met een kwestie als die rondom de nieuwe bisschop van Roermond leidt altijd naar Albert Heijn. Ik zie de hoogste Heijn op voor hem zeer duidelijke gronden besluiten om Karel als chef in het filiaal-Dapperstraat neer te zetten. Het personeel in de winkel, en de andere filiaalchefs van de stad in rep en roer, want die hebben het niet op Karel - Karel is stuurs, kortaf, nooit een keer gezellig achter de toonbank of op het maandelijkse bedrijfsfeest, voor Karel schijnt er maar één ding te bestaan: de klantenkring en de omzet. Maar ja, Heijn Sr, je kent 'm. Wat die in z'n kop heeft, heeft-ie niet ergens anders. Op de jaarvergadering vaak de beminnelijkheid zelf (‘jullie weet, mensen, ik zie jullie als één grote familie’), maar als de záák in het geding is keihard, en niet tot sjoemelen bereid. ‘Zeer, zeer lang heb ik, uiteraard, nagedacht over de vraag of nou juist Karel de aangewezen man voor de Dapperstraat was. Nachten heb ik er van wakker gelegen. En toen wist ik: ja, Karel is 't. En ik wist ook: misschien zullen de anderen even raar opkijken, maar als ze het niet al meteen begrijpen, zullen ze het in ieder geval blijmoedig aanvaarden. En nou wil ik er verder niks meer over horen, de consumptiebon geeft trouwens recht op een onbekrompen glas

[p. 29]

kruidenierswijn.’

Ik kan er ook niks aan doen. En zeg niet dat ik met te weinig eerbied over die dingen praat, want ik heb zó veel eerbied voor zo'n Gijsen, dat ik ernstig mijn best doe de mens achter zijn tabberd te zoeken.

En dan zie ik hem in Rome tegen de paus zeggen:

‘Paus Paulus, weet u nou wel zeker dat ik dat moet doen in Roermond? Het geeft maar deining. Ik zou u niet willen suggereren nou maar meteen weer zo'n doorgeslagen Nieuwe-Linie-katholiek te nemen die niet eens meer in een zwarte jas met een boordje loopt - maar er zijn toch genoeg tussenfiguren die een radicale catechesecursus kunnen tegenhouden zonder bij Goddijn onmiddellijk als een reactionair op te vallen?’

‘Gijsen’, zei de paus geduldig, ‘wat is nou precies deining? Twee opgewonden in burger geklede dekens bij Hans Jacobs in Achter het Nieuws? Septuagint? De Nieuwe Linie? Kom, kom. We hebben voor heter vuren gestaan. Dit is een klein brandje, en ga jij dat nou maar gauw blussen.’

‘Ja, maar’, probeerde de goede Gijsen de beeldspraak van de heilige vader door te trekken, ‘straks slaat de vlam in de pan.’

‘Zo, zo’, moest de paus nu glimlachen. ‘Nou, dan tillen we het pannetje op en houden het een ogenblik in de Noordzee. Hoe komt het toch dat jullie Hollanders zo'n last van zelfoverschatting hebben? In Brazilië doen we zo'n oppervlakte met één bisschop af!’

‘Maar daar zijn minder protestanten’, wierp Gijsen tegen - ‘daar zit niet iedereen met argusogen te luisteren naar wat het Vaticaan nou weer heeft uitgehaald. Zoals laatst, met permissie, die uitval tegen de Duitse abortuswetgeving en die toespeling op het Derde Rijk. Zoiets valt niet goed in een land waar ze allemaal Der Stellvertreter kennen.’

‘Jullie hebben een te goed geheugen. De geschiedenis van het christendom is de geschiedenis van vergeven en vergeten, Gijsen.’

‘En dan komen ze ook altijd met vergelijkingen tussen Rome en het Kremlin - zo van: het zijn precies Russen, want die dulden ook geen nationale variant van de heilsleer.’

‘Ja, dáár kan ik me zo kwaad over maken’, riep de paus nu uit.

‘Wij doen iets al twintig eeuwen, en dan komt er na 1917 jaar een stelletje bolsjewieken dat ons na-aapt en dan durven ze te roepen

[p. 30]

dat wij 't van hèn hebben afgekeken! Ga nou maar gauw, Gijsen. Kijk niet zo sip, veeg je bril schoon, doe de groeten aan Simonis en ga ze mores leren.’

Kijk, dat zie ik, als ik aan monseigneur Gijsen denk. En ik zal van m'n leven geen balletdanseres zien.

prepostterug  begin  verder