Wiegel, hoor ik, het idool van 5-alpha, is nog goed kwaad geworden toen hij woensdagavond naar de politieke uitzending van de Partij van de Arbeid keek en zichzelf daarin een ‘druiloor’ hoorde noemen.
Nou vond ik het persoonlijk ook een zeer leerzaam programmaatje. Het was vrijwel geheel opgebouwd uit foto's waar Den Uyl op stond, en daaronder klonk de stem van een man die zó plat praatte dat je onmiddellijk begreep dat hij een arbeider moest voorstellen. De vorm van geluid wilde duidelijk suggereren dat hier sprake was van een rondborstige dokwerker die op onbekrompen wijze zijn maatschappijvisie in een toevallig bij zijn mond gehouden microfoon ventileerde. Maar al na twee zinnen kon je horen dat er, integendeel, een acteur aan het woord was, die een tevoren zorgvuldig verzonnen tekst in een gecapitonneerde spreekcel van de VARA-studio na twintig repetities en versprekingen tenslotte redelijk op de band had gekregen.
Een ome Keessie van 1972.
Vanaf het moment dat ik de fake door had, heb ik gefascineerd gekeken en geluisterd, zoals ik ook altijd gefascineerd kijk en luister naar de door mevrouw Den Uyl zo scherp afgewezen STER-reclame. Niet omdat ik geïnteresseerd ben in wat de adverteerder heeft aan te bieden, maar omdat ik wil weten welk beeld hij heeft van de consument die hij voor zijn produkt wil strikken. En zoals een toiletzeepfabrikant Claudia Cardinale inhuurt, zo huurt de Partij van de Arbeid een hoorspelacteur in, die speelt dat hij een werkman is (denk ook aan Coronation Street, de topper van het Hollandse socialisme) en die met een waarschijnlijk door Jan Nagel en André van der Louw geschreven tekst moet werken waarin Wiegel als een druiloor en Den Uyl als de nieuwe Lenin wordt afgeschilderd.
Want Joop, dat valt me steeds meer op, gaat met het klimmen der jaren echt iets van Lenin weghebben. Hij lijkt er natuurlijk niet echt op, net zo min als die hoorspelacteur op een echte havenarbeider lijkt - maar dat is nou eenmaal de onverbeterlijke tragiek van Nederland: de trein naar Finland Station stopt altijd in Sloterdijk. Niettemin drong de gelijkenis zich uit al die foto's sterk op,
en de tekst droeg er nog iets toe bij - de manier waarop er consequent over ‘Uyl’ werd gesproken, het mixture van eerbied en vertedering waarmee hij werd bejegend en de bijna onuitsprekelijke heilsverwachting die rond zijn optreden werd gecreëerd.
Een bijna-Lenin, bewierookt door een bijna-werkman door middel van bijna-agitprop: dat ontroerde me erg in de uitzending. En alleen een hele erge flapdrol, dacht ik, zou zich er aan kunnen stoten dat hij in zo'n context toch nog altijd als druiloor voorkwam. Wat me daarom ook ontzettend pijnlijk heeft getroffen is de openlijke reactie van de socialistische partijvoorzitter op de boosheid van Wiegel. ‘Als Wiegel zich gekwetst voelt,’ heeft Van der Louw verklaard, ‘bied ik hem onze excuses aan’!
Dat vind ik kras, en uiterst inconsequent.
Aan de ene kant - na een vermoedelijk toch zeer consciëntieus marktonderzoek naar wat er onder de werkende stand leeft - een levensechte schelddialoog bedenken, en dan na afloop van de voorstelling roepen dat je het niet zo bedoeld hebt! Dat doet zelfs Kuiphof niet na anderhalf uur oorlogspropaganda tegen Latijns-Amerika!
Maar misschien is dat tenslotte het meest leerzame geweest aan die uitzending: zelfs schelden doen ze in de Nederlandse politiek alleen maar bijna.