terug  begin  verderprepost

Komplotten

De politie, las ik vorige week, waarschuwt ons ernstig tegen toenemende bedrijvigheid van zakkenrollers. Eén van de dingen waar vooral mannen mee moeten uitkijken is de portemonnee in de achterzak.

Dit bericht stemde mij argwanend.

Ik zal uitleggen waarom.

Enige maanden geleden heb ik mij een broek laten aansmeren die

[p. 66]

door de winkelier werd geprezen als een dynamische, eigentijdse pantalon. Omdat ik een hekel heb aan klerenverkopers die met spelden in hun mond en een krijtje tussen hun vingers in de buurt van je kruis en langs je dijen zitten te donderstralen, nam ik het ding zo mee, en trok 'm pas thuis aan.

Daar kwam ik tot de ontdekking dat er geen kontzak aan zat.

Eerst dacht ik nog aan een fabrieksfout, maar het kledingmagazijn waar ik reclamerend naar toe belde legde me uit dat het ontbreken van de achterzak nou juist de moderniteit van de broek bewees.

Je leert je neerleggen bij zulke dingen.

Ik deed m'n portemonnee in de heupzak, verloor 'm dus na twee dagen en raakte daarna een paar keer een tientje kwijt als ik op straat m'n zakdoek moest uitvouwen om m'n neus te snuiten. Terzelfder tijd ging het me opvallen dat verscheidene mannen van mijn generatie in het openbaar met een soort damestasje begonnen te verschijnen.

‘Wat heb je dáár nou?’, vroeg ik eerst plompverloren, maar na drie ontmoetingen was ik geheel in het defensief gedrongen, en luisterde stil naar een reeks argumenten op grond waarvan het steeds onbegrijpelijker werd dat de christelijke beschaving er twintig eeuwen over had moeten doen om tot de ontdekking te komen dat een man een handtasje nodig heeft om zijn geld, zijn sleutels, zijn zakdoek en zijn overige snuisterijen in op te bergen. Al luisterend keek ik tersluiks naar hun rechterbil, en inderdaad: géén achterzak meer.

Kort nadien zag ik opeens de samenhang en drong het tot me door dat we hier weer een helder voorbeeld hebben van een manipulatiekomplot.

De leer- en plastic-industrie zoekt een nieuwe markt, komt op het idee van de man, en ontwerpt een mannentasje. Een analyse brengt evenwel aan het licht dat de Nederlandse man als het ware wordt geboren met de hand op z'n achterzak, en zelfs met de meest smerige campagnetrucs in geen jaren van het geloof zal vallen dat z'n huissleutel links, z'n portemonnee rechts en z'n portefeuille binnen zit.

Goede raad is duur.

Er wordt dan ook een kolossaal honorarium uitgereikt voor de brainwave die er toe leidt contact te zoeken met de kledingbranche.

[p. 67]

De heren hebben aan één vergadering genoeg. In ruil voor de belofte dat 10% van elk tasje zal worden overgemaakt op de girorekening van het textielkapitaal, zegt de kledingindustrie toe dat er geen mannenbroeken meer met achterzakken zullen worden geproduceerd.

De zaak is geregeld.

Na een paar maanden blijkt bij een tussentijds onderzoek alleen nog dat er toch tamelijk veel mannen zijn die hun ouwe broek aanhouden en daarom geen reden zien om over te gaan tot de aanschaf van een tasje. Sinterklaas staat voor de deur. De voorraden tasjes en zakloze broeken puilen de winkel uit. Een nieuwe, harde impuls zou niet onwelkom zijn.

Eén van de commissarissen van de NV Lederwaren komt op een' partijtje een commissaris van politie tegen, want die commissarissen kennen mekaar allemaal.

En nog daags vóór de intocht van de Goedheiligman staat die waarschuwing in de krant die zich vooral richt tot mannen die zo stom zijn hun portemonnee in hun achterzak te houden.

prepostterug  begin  verder