Eén van de grootste problemen van linkse intellectuelen in Nederland schijnt nog steeds te zijn dat arbeiders liever De Telegraaf lezen dan De Gids, meer van Vader Abraham houden dan van Peter Schat, en in groter getale naar Peyton Place kijken dan naar een experimenteel ballet.
Bij de VARA, lees ik, is er al een intern conflict over ontstaan dat zich toespitst op de vraag wat nou eigenlijk de opvoedende en culturele taak is van een socialistische omroepvereniging. Zelfs Milo Anstadt, de etherfilosoof van het Gooi, blijft daarop het antwoord schuldig - als ik zijn standdaardwerk goed begrepen heb pleit hij meer voor een gemiddelde van de uitersten: Avenue, Martine Bijl en Twee voor Twaalf.
Eerbiedig als ik ben tegenover geleerden, geloof ik dat hij gelijk heeft.
Het vervelende punt is immers dat in Nederland geen socialisme bestáát.
Vijftig jaar geleden, toen sommige mensen dachten dat het zou komen, leek het probleem ook geen probleem. Na lang en geduldig
prutsen aan koperen bolletjes, inductoren, glazen buisjes met metaalvijlsel en draadspoelen slaagden ook enige wakkere arbeiders-amateurs er weliswaar in radiogolven op te wekken die ter verspreiding zouden kunnen dienen van de nieuwe boodschap, maar ze hadden in hun enthousiasme geloof ik vergeten dat de tegenpartij ook nooit stilzit - en wij weten nu wat zij, in hun onschuld, misschien nog niet wisten: als Amerikanen een atoombom kunnen maken, kunnen de Russen het ook.
Zo werd radio, in tegenstelling tot wat de progressieve krachten hadden gehoopt, niet het grote, dodelijke wapen tegen de kapitalistische vijand, maar alles tegelijk: èn de kraaiende haan, èn de Bonte Dinsdagavondtrein, èn de morgenwijding, èn de heilige mis, dus de ochtendgymnastiek, de arbeidsvitaminen, Peter Pech, pater Henri de Greeve, het Morgenrood en ds Spelberg - en na nog een tijdje géén strijdliederen meer, geen rooie haan, geen Voskuil, maar inderdaad: Twee voor Twaalf, Martine Bijl, Avenue.
Aan het andere eind van massacommunicatie zit de massa, en àls de massa in Nederland al een naam heeft, dan heet ze niet drs J. Vroemen van De Nieuwe Linie, maar altijd eerder Mies Duys-Timp van de AVRO.
In het weekblad van de Morele Herbewapening, Accent, verklaart Berend Boudewijn deze week dat zijn quiz ‘socialistisch’ is omdat de professor en de arbeiders dezelfde kansen hebben bij het klootschieten; wilt u dan nog een gruwelijker bewijs van de stelling dat er in dit land van socialisme geen sprake is?
Socialisme bestaat alleen maar in landen waar het bevochten is: niet per quiz of per beste aangekochte serie uit het onterechte Engeland, en zeker niet via wijsgeren, maar gewoon op de bajonet. God zal je bewaren, daar gaat het niet om, maar het is de enige manier. Echt socialisme bestaat in China, waar ze ook kunnen beredeneren dat één sonate van Beethoven en één symfonie van Schubert niet deugen. Dat is tenminste klare taal. En ik weet ook zeker dat het mogelijk is om de taal vlees te laten worden, want tenslotte ligt elke conditionering binnen menselijk bereik: elke mutatiedeskundige weet dat je binnen een paar generaties aan de Unvollendete walging kunt associëren, als je het maar wilt.
Maar wie wil er, bij ons? Zelfs Milo Anstadt zou wel eens groots meeslepend willen leven, maar hij kàn het niet, en André Kloos is
ongeveer de laatste die hem er toe zou kunnen dwingen, want die is tenslotte ook maar opgetrokken uit klei en klein.
Een van de grootste problemen van linkse intellectuelen in Nederland is namelijk dat ze in hun hart rechts zijn. Wat we hier politiek bewustzijn noemen is niets anders dan kwaad geweten - en zolang er nog geweten is, is er geen hoop meer.