terug  begin  verderprepost

X = X

Als er iets gemakkelijk te voorspellen is, dan wel dit: de terreur van de z.g. sociale wetenschappen zal in de komende decennia nog schrikbarende vormen aannemen.

Denken hoeft er binnenkort waarschijnlijk ook formeel niet eens meer aan te pas komen: een werkgroep van de Academische Raad bepleit nu openlijk wat luie kinderen al jarenlang wensten, en wil de wiskunde-opleiding voor studenten aan sociale faculteiten aanzienlijk terugschroeven. De eisen op dat gebied wáren al bijna niks, hetgeen niet verhinderde dat jaarlijks tientallen zo niet honderden kandidaat-sociologen sjezen omdat ze voor hun tentamen statistiek een beetje de stelling van Pythagoras nodig hebben. Niet dat dát nou weer noodlottig was, want wie te dom is voor de sociale wetenschap kan in Nederland altijd nog terecht op een ‘sociale academie,’ waar het leuterkonten exclusief wordt aangeleerd. Geen vierkante meter Hollandse bodem of er staat een vormingscentrum, een jeugdhonk, een cultuurhuis dan wel een opvangherberg met een staf onder leiding van iemand die Dirk-Jan of Arnold heet, een baard draagt, de hele dag over communicatiepatronen en tolerantiegrenzen praat, 's nachts droomt dat hij na een conflict met de Gevestigde Orde wordt geslagen door een paar lederen binken van de motormarechaussee, maar die niet weet wat de sinus van 90 graden is omdat het, zal hij zeggen, in dit leven niet om de sinus gaat, maar om de mens - en als je hem vraagt wat hij onder een

[p. 80]

mens verstaat volgt er meestal een signalement dat het dichtst in de buurt komt van het gezicht van Bas de Gaay Fortman.

De dictatuur van de kletskoek.

't Is er al. Je kunt 's morgens tussen 9 en 10 de radio niet aanzetten of er zitten vier mensen in de luidspreker die de menswetenschap beoefenen, en na tien minuten luisteren sta je tot aan je enkels in een plas woorden - je drijft bij wijze van spreken je eigen kamer uit van de intermenselijkheid, de sociale controle, de conflictcorrectie en de intrinsieke waarde van het samenlevingsmodel. Als iemand iets zegt blijkt er altijd iets ‘tegenover’ te staan, hetgeen niet uitsluit dat de tegenoversteller ‘alle begrip’ heeft voor het standpunt van degene met wie hij het faliekant oneens is, en zelfs ‘even wil aanhaken’ bij dat standpunt.

Het is precies wat HBS'ers zonder talent na urenlang wanhopig en vruchteloos gecijfer altijd uit hun vierkantsvergelijking krijgen: x = x: je wist het al, er staat in feite niets tegenover, je bent niet in staat er bij aan te haken en begrip lijkt me ook uit den boze, want je kunt zo'n jongen beter meteen de klas uitschoppen in de richting van een sociale academie.

Maar alles goed en wel - intussen groeien deze ongeschoolde arbeiders van de geest en het intellect in tal en last, meierstralen hele dorpen plat met hun onexacte taal, zuigen werkende jongeren het bloed onder de nagels vandaan, pikken als papegaaien om zich heen en hebben omstreeks 1984 van half Nederland een bevolkingsgroep gemaakt die alleen nog maar lorre kan zeggen en ook nog denkt dat dat iets betekent.

Wat moeten we daar nou tegen doen?

Waarom zijn beoefenaren van exacte vakken te beroerd om ook eens hun haar te laten groeien, ook in bruine honken samen te hokken, de overgeleverde patronen luidkeels, in plaats van zwijgend in een laboratorium, te doorbreken, en hun jargon pasklaar te maken voor gebruik op Hilversum III?

Luisteraars, las ik net, zijn er toch nauwelijks - dus verder zou alles hetzelfde kunnen blijven; maar met hersens.

prepostterug  begin  verder