terug  begin  verderprepost
[p. 81]

Kenau's

Nederlandse ondernemingen en banken doen gewoon zaken met Rhodesië - ondanks de economische boycot die de Verenigde Naties tegen dat blanke superioriteitsland in Afrika heeft aanbevolen, om niet te zeggen heeft voorgeschreven.

Aldus de onthulling in de Sunday Times; maar het is natuurlijk helemaal geen onthulling.

Want wat had u anders gedacht?

Ik niks.

Volgens mij zijn sommige volkssentimenten onuitroeibaar.

Kijk bijvoorbeeld naar Soltzjenitsyn die vanuit het vrije westen toch weer komt aanzeuren met een wijverig soort panslavisme dat tot in lengte van dagen gebaseerd zou moeten zijn op de ‘eigen tradities’ van moedertje Rusland, en vooral beschermd moet blijven tegen invloeden uit het decadente Europa van waaruit je desnoods nog nèt je asiel en je royalties kan halen, maar nooit je cultuur.

De super-Dostojewski, geboren voor het martelaarschap en het leed van de steppe - net zoals wij Hollanders tot in eeuwigheid de superkooplieden zullen zijn, gedoemd om centen te verdienen aan het leed van anderen.

Een jaar of tien geleden is iemand nog eens gepromoveerd op een proefschrift over Kenau Simonsd Hasselaar - de heldin van Haarlem, zoals we op school leren: de verzetsheldin van de Tachtigjarig Oorlog.

De dissertatie is allang weer vergeten, denk ik - stel al het geval dat iemand er in gelezen heeft. Schoolmeesterend Nederland in ieder geval niet, want tot op de dag van vandaag worden onze kinderen volgegoten met het beeld van dappere Truus die vanaf de Amsterdamse Poort de Spanjaarden pek in hun nek gooide omdat ze mét Oranje en vóór de vrijheid tegen het fascisme (of hoe dat toen heette) wilde vechten.

Maar het proefschrift bewijst dat Kenau, houthandelaarster uit Leiden, niet alleen bij tamelijk stom toeval in Haarlem verzeild was geraakt ten tijde van het heilige Beleg, en betrekkelijk weinig heeft bijgedragen aan de daadwerkelijke strijd tegen de vijand - maar dat ze bovendien nog jaren na de veelbezongen gebeurtenis-

[p. 82]

sen het gemeentebestuur van Haarlem is blijven bestoken met rekeningen, deurwaarders en dwangbevelen vanwege het hout dat ze aan de onderneming was kwijtgeraakt. En Haarlem, op zijn beurt, maar rekken, uitstellen en traineren met de dubbeltjes en kwartjes, want zaken waren pijlsnel weer zaken zodra de titanenstrijd gestreden en het dagelijks leven z'n rechten hernomen had. Als het in 1572 al zo toeging tussen Leiden en Haarlem, wat zouden we dan een paar honderd jaar later in godsnaam anders willen tussen Amsterdam en Rhodesië?

Tenzij we veranderd zouden zijn in die vier eeuwen.

Maar hoe dan?

Dreven we niet als gekken handel met Engeland op het moment dat De Ruyter voor het lieve, ‘reddeloze’ vaderland door de kettingen op de Theems heenzeilde?

Profiteerden we niet dankbaar van de Fransen toen we onder het juk van Napoleon zuchtten?

Was Rotterdam niet de eerste ‘geallieerde’ stad die na de oorlog snel goede maatjes wilde worden met de Duitse achterlanders?

Waren de rechtse houwdegens niet haantje de voorsten toen het er om ging de revolutionaire Soekarno te paaien?

En hebben de aanhangers van Van Riel, ondanks hun doodsnood voor de Russen, niet altijd de koopmanskanalen met Moskou open gehouden?

Nou dan.

Angola-koffie, Zuidafrikaanse sinaasappelen, Oostduitse tractoren en als we het goedkoop kunnen krijgen desnoods tulpenbollen uit Chili - en tot in 1974 een volk van Kenau's; met lijn 13 naar de barricaden, maar na de omwenteling wèl de tramkaart declareren.

prepostterug  begin  verder