terug  begin  verderprepost

Naar rechts

Het merkwaardigste van zo'n defilé langs het bordes van Soestdijk is misschien toch wel de consequente vermomming van iedereen. De enige normalen zijn in feite de leden van het Koninklijk Huis: jurk, pak, blouse, rok, kruipbroekje; niet eens meer een diadeem in het haar, laat staan een maliënkolder om het lichaam.

Een rare ontwikkeling eigenlijk. Terwijl de mensen die zich zouden mógen verkleden er steeds gewoner gaan uitzien (‘democratisering van het koningschap’) en daarmee blijk geven van hun behoefte dichterbij het volk te komen, verwijdert dat volk zich als het ware van die toenaderingspoging door zich aan te toddeken in quasihistorische kostuums, met gildemantels, ridderjassen, boereboezeroenen en allerhande livreiwerk.

Hoe moet een koningin op die manier ooit haar onderdanen leren kennen?

Of zouden ze op Soestdijk langzamerhand geloven dat we er altijd zo uitzien?

Die kans lopen we wel, natuurlijk. Want ook als de vorstelijke familie op een doordeweekse dag voor Werkbezoek in een provinciehoofdstad komt, is het raak: fabrieksmeisjes worden onmiddellijk uit de spijkerbroek in een majoretterokje gehesen, het hele Oranjecomité gaat in middeleeuwse dracht - en als er al een

[p. 85]

official is die zijn gewone zondagse donkerblauwe pak aan houdt, heeft hij toch op zijn minst de gipsen grijns van eerbied op zijn gezicht, zodat het lijkt dat hij in ieder geval een masker draagt. Mogelijk ligt het in de natuur der dingen. Misschien weerhoudt een ingeboren schroom ons er van ooit te durven lijken op hen die over ons gesteld zijn. Vanaf het moment dat pastoors hun soutane uit deden en in een Schillerhemd begonnen rond te lopen, zijn er tenslotte ook steeds meer parochianen langharig geworden, of in een doorschijnende soepjurk met kettingen om toegetreden tot de Hare Krisjna-beweging.

Of de vorst vermomd, of het volk in hermelijn; want never the twain will meet, denk ik. Standen moeten er wezen, zei mijn grootvader al.

Met de vraag waar we beter mee toe zijn, heb ik overigens geen moeite: volgens mij moet de Koninklijke Familie terug naar de waardigheid die zich veruiterlijkt in zichtbare symbolen - kroon, scepter, zilveren eetschalen en gouden piespotten - en dienen wij ons als volk eens per jaar, in betrekkelijke lompen gehuld, aan deze onverbiddelijke rijkdommen te vergapen. Het koningschap is sacraal, vraag het aan Jongeling; ik vind het eigenlijk al niet in de haak dat je de koningin kunt zien, en als ze voor het oog van de natie ongedwongen rondloopt op een gazon, en een hand geeft aan Herman Felderhoff zonder dat deze op datzelfde ogenblik door de bliksem getroffen en tot de Heerlijkheid bevorderd wordt, acht ik het eind zoek.

Een steeds gewoner koningin lokt, zoals ik uiteenzette, een steeds ongewoner volk uit. Gewoonheid is geen prerogatief van de kroon, maar een eigenschap van onderdanen - en zodra de kroon met die eigenschap gaat sollen, ontstaat een gedrag dat buitengewoon riskante trekken vertoont: in de maat stappen, zingen, trommelen, op toeters blazen, doen alsof het nog de dertiende eeuw is, uniformen, kortom - de trekken van de reactie; de trekken van rechts. Is dat de bedoeling van onze vorstin?

Vast niet.

Maar vaker in de geschiedenis hebben mensen met de allerbeste bedoelingen ontwikkelingen veroorzaakt waar ze later nog erge spijt van kregen.

Gelukkig zag ik gisteren nog verscheidene vendelzwaaiers van

[p. 86]

middelbare leeftijd ongedisciplineerd op hun kont vallen als ze over het dundoek wilden stappen. Maar u weet zelf hoe snel zulke touchante oneffenheden kunnen worden weggedrild. En terwijl overal in de wereld de ontvoogding in opmars is, zitten wij hier toch een beetje de donkere autoritaire, feodale middeleeuwen na te spelen!

Heeft u er wel eens bij stilgestaan dat er misschien nu al Portugezen zijn die vinden dat ze voor hun goeie fatsoen niet meer met vakantie naar Nederland kunnen?

prepostterug  begin  verder