Ook met die anti-NATO-zegel van de PSP is de revolutie weer niet uitgebroken.
De demonstranten bieden zo'n ding in Den Haag aan, de minister of zijn staatssecretaris weigert het te accepteren, en het ANP maakt er een bericht van, waarna iedereen kalm overgaat tot de orde van de dag.
Een inschikkelijke procedure.
Wat in dit type evenementen steeds verlammender gaat ontbreken is volgens mij het vermogen van wie dan ook om zich in enigerlei stadium van het proces echt kwaad te maken.
Het begint natuurlijk al fout bij de activisten.
De vreedzame socialisten van dit incident zijn weliswaar tegen de noordatlantische verdragsorganisatie gekant, maar hun weerzin heeft niet zozeer een virulente als wel een theoretische bron. Het is meer dat het in hun beginselverklaring staat - maar dat is iets anders dan op een ochtend met een bloedkolere wakker worden, vergeten je broek aan te trekken en in volle drift naakt de trein naar Brussel pakken teneinde daar Luns de hersens in te slaan. Van der Spek is iemand die zich altijd aankleedt vóór hij zijn verontwaardiging onder woorden brengt.
De afwezigheid van onmiddellijke, klinkklare woede die als een startmotor de omwenteling zou kunnen aandrijven, is bepalend voor wat er volgt.
Wie niet echt in razernij verkeert en zich aan zijn politieke overtuiging verplicht voelt toch ergens boos om te worden moet zijn kwaadheid wel stileren. Dat is een omslachtige, en voor de zuiverheid van de beoogde actie ook zeer riskante weg.
Neem maar het voorbeeld van die postzegel. Eerst moet het idee bedacht worden - misschien in een kleine PSP-kernvergadering die op een ochtend wordt gehouden met koffie en gevulde koek. Buiten schijnt de zon, er fluit een vogel, en terwijl gewacht wordt
op Jan-Kees wiens fietsketting weer uit de naaf is gelopen vertelt men elkaar een anekdote. Dat duurt, en het leidt af. Als de brainstorming tegen elven geopend kan worden moet de voorzitter nog even herinneren aan het doel van de bijeenkomst: ‘Zoals jullie weten zijn wij woedend over de uitgifte van een jublieumzegel ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de NAVO’. Maar niemand hapt met een verhitte kop in z'n koek, en als het plan van Wouter wordt aangenomen, en aan Dirkjan de opdracht wordt verstrekt een alternatieve postzegel te ontwerpen die (zegt de voorzitter nog even met een flets soort hoop) ‘als een bom moet inslaan’, zit de kans er dik in dat Dirkjan twee dagen later zeer ontspannen zó artistiek met zijn ontwerp bezig is dat hij achter z'n tekentafel soms niet eens meer weet dat hij eigenlijk uit woede staat te scheppen.
Ik bedoel: wie krepeert van de honger, steelt een brood. Maar wie wil protesteren omdat anderen kreperen van de honger gaat naar het Binnenhof, roept de minister naar buiten, waarschuwt het ANP en speelt dat hij een brood steelt. Het is het verschil tussen een sociale en een creatieve daad - in Nederland lijken linkse acties niet voor niets altijd meer op toneelstukjes dan op linkse acties. Vaak zie je kabinetten (rechtse of linkse, dat maakt weinig uit) hartelijk om het gebodene lachen, er klinkt gul applaus, vooral de venijnige uitvallen tegen sommige met name genoemde bewindvoerders en de wijze waarop de premier was uitgebeeld als een zeer kunstzinnig nagemaakte schijtlijster vielen in goede aarde.
In het geval van de postzegelvoorstelling daarentegen bleek het verwende publiek in de residentie enigszins teleurgesteld. Jammer Dirkjan. Volgende keer beter. En maak je vooral niet kwaad want je zou achter je tafel toch niet een echte bom willen ontwerpen?