terug  begin  prepost
[p. 221]

Stellingen.

I

De do ut des-verhouding tusschen overheid en kunstenaar is voor het zelfrespect van den kunstenaar de beste.

II

Terecht verklaart Kautsky: ‘Nicht so sehr die Kunst zu revolutionieren, als vielmehr das, was die herrschenden Klassen an herrlichen Leistungen der Kunst bisher für sich monopolisiert haben, den Massen zugänglich zu machen, ist die Aufgabe der Künstler und Kunstverständigen dem Proletariat gegenüber’.

(Die Materialistische Geschichtsauffassung, II, bladzijde 279).

III

Naarmate de sociografie zich verder ontwikkelt, verwijdert zij zich van de geografie en wordt zij beschrijvende sociologie.

IV

Het begrip ‘Lebensraum’ is door zijn vaagheid onbruikbaar in de sociale aardrijkskunde en verwante wetenschappen.

V

In zijn beschouwing over de beoefening der aardrijkskunde in Nederland, geeft dr. Dussart een onjuiste voorstelling van de Amsterdamsche school.

(Frans Dussart, La Géographie aux Pays Bas, Liège. 1937. bladzijde 13, v.v.)

[p. 222]

VI

De geschiedenis kan niet volledig worden verklaard door de economische geschiedbeschouwing. Om tot een volledige verklaring te geraken, is zij echter onmisbaar.

VII

De demografische verschijnselen bij de groote cultuurvolkeren oefenen een belangrijken invloed uit op de Europeesche machtsverhoudingen.

VIII

Afschaffing van den zoogenaamden stemplicht is gewenscht.

IX

In het universitaire onderwijs en zijn organisatie nemen de sociale wetenschappen niet de plaats in, welke haar toekomen.

X

Daar het geven van openbaar hooger onderwijs een taak is van den staat, is het onjuist, dat de staat niet deelt in de kosten van de gemeentelijke universiteit van Amsterdam.

prepostterug  begin