Z. Exc. de minister van justitie, Mr A.E.J. Modderman , had den 4 October 1881 de zienswijze der regering nopens den eed in de Tweede Kamer der Staten-Generaal mede te deelen. Hij wist, dat, hetzij hij de handhaving, hetzij hij de afschaffing van den eed verdedigde, een geweldige storm tegen hem zou opsteken. Met eene kloekheid, welke niet slechts in onze dagen, maar in alle tijden, zeer zeldzaam is, verdedigde hij in eene redevoering, welke als toonbeeld van welsprekendheid mag gelden, het behoud van den eed. In den aanvang zette hij zijn standpunt uiteen: ‘Hoe zal ik die vaart tusschen Scylla en Charybdis volbrengen? Door mij in het minst niet te bekommeren, noch om Scylla noch om Charybdis, door uitsluitend te zeilen op het kompas van mijn eigen geweten; van mijne eigene overtuiging....’
Uitgebreide wetenschap, schitterende talenten en zielegrootheid hebben dien dag den luister van Nederland verhoogd. Vooral kwam dit uit, toen de verbittering zich lucht gaf, dewijl de minister bewees wel zijn land, geenszins slaafs eene partij te dienen.
4 October 1881