Dante was 15 Juni 1300 prior, d.i. een der twee hoofdbestuurders van Florence. Het prioraat werd slechts twee maanden bekleed. De geleerde staatsman maakte daarna, met drie anderen, deel uit van het gezantschap bij Bonifacius VIII. Aan de politiek van dien paus schrijft Dante de vervolgingen toe, welke hij sinds in zijn vaderland te verduren had. Zijn huis te Florence werd geplunderd; hij zelf verbannen; den 24 Januari 1302 bij verstek tot vijf duizend lire boete, en den 10 Maart veroordeeld om levend verbrand te worden, indien hij het florentijnsch gebied betrad.
De regeering vaardigde 16 December 1316 een besluit uit, dat den ballingen den terugkeer in Florence toestond, mits zij boete deden. Dante wees dat voorstel met verontwaardiging af, en schreef daarover een beroemden brief, vertaald in ‘De Wachter, II, 393.
Verschillende vorsten boden hem gastvrijheid aan, en hij bracht o.a. drie jaren aan het Hof te Verona door. Van daar toog hij in het voorjaar van 1320 naar Ravenna, waar hij in het paleis van zijn vriend Graaf Guido Novello da Polenta woonde; ‘Het Paradijs’ voltooide en den 14 September 1321 overleed, 56 jaren, 3 maanden en 14 dagen oud.

Raffaello pinoc Lith Amand.
Dante.
14 Sept. 1885
564e verjaardag van Dante's dood.
Dante leefde aan het Hof van Can Grande della Scala, Heer van Verona, sinds de lente van 1317 tot haar einde in 1320. Wat op een zijner wandelingen te Verona gebeurde (hierboven II: 46-66) wordt medegedeeld door Giovanni Boccacci, in zijn ‘Leven van Dante’ dat vóór zijne ‘Aanteekening op de Komedie’ staat, in de afdeeling: Fatteze, Usanze e Costumi di Dante: Gelaatstrekken, gebruiken en gewoonten van Dante. Florence, te laat berouw gevoelende over het wangedrag jegens zijn grootsten zoon, stichtte, ter verklaring van ‘De Komedie’, een leerstoel, welken Boccaccio in October 1373 inwijdde.
Bij Ravenna, niet ver van de vervallen havenstad Classe (Chiassi), waar oudtijds de vloot der romeinsche imperatoren ankerde, strekte zich, mijlen langs het strand, een zwaar pijnbosch uit (Vagevuur XXVIII: 20). Daar placht Dante de eenzaamheid te genieten. Ook Lord Byron wandelde er in 1819, en dichtte toen het heerlijke lied in vier zangen ‘The Prophecy of Dante’, uitmuntend in het Nederlansch overgebracht door den dichter J.J.L. ten Kate.
De geheele Komedie werd geschreven van 1302 tot 1321; maar te gelijk een drietal werken in proza. Na ‘Het Paradijs’ voltooid te hebben, zweeg de dichter.