Het Delftsch Orakel, de rechtsgeleerde van buitengewone wetenschap en scherpzinnigheid; de wijsgeerige dichter; de man van velerlei schoone gaven was op Paaschdag, 10 April 1583, geboren. Ofschoon hem blijken van waardeering gegeven zijn, en het eener schaar kloeke mannen gelukt is, het noodige te zamelen voor een standbeeld, dat eerlang te Delft zal verrijzen, scheen het derde eeuwfeest van Huig de Groot's geboorte in het vaderland nauwelijks herdacht te zullen worden, gelijk in het buitenland.
De Kon. Academie van Wetenschappen vervulde haren plicht, toen haar Voorzitter, Mr C.W. Opzoomer , in de zitting van 9 April, Grotius huldigde. Des anderen daags gaf de gemeente Delft een waardig feest, en sprak Mr E.J.J.B. Cremers eene belangrijke rede uit op het graf van den wereldberoemden Nederlander.
Amsterdam had het te danken aan den heer J.W. Brouwers , van Bovenkerk, dat de vooravond van De Groot's geboortedag aan eene voor ieder toegankelijke vereering gewijd werd. Deze geletterde behoort tot de hoogst zeldzamen, die met onbekrompen grootmoedigheid hun geld offeren aan den luister van het land. Op het door hem ontworpen en bekostigde feest verschenen tal van aanzienlijken, en werd o.m. het volgende gedicht voorgedragen.