begin  verderprepost
[p. π4]origineel


illustratie
LODEWIJK BONAPARTE
GEWEZEN KONING VAN HOLLAND.


[p. III]origineel

Voorberigt van de Engelsche uitgevers.

De Uitgevers nemen de vrijheid den Lezer te verwittigen, dat het werk, hetwelk zij het genoegen hebben denzelven aan te bieden, getrouwelijk uit het oorspronkelijke en eenige handschrift is vertaald, welk handschrift door den Schrijver naar herwaarts is opgezonden, met opzettelijk voornemen om hetzelve te doen uitgeven. De Uitgevers hebben dit handschrift onder hunne berusting,

[p. IV]origineel

en hetzelve ligt ter bezigtiging van elk en een iegelijk, die door de nieuwsgierigheid of door den wensch om zich van de echtheid van hetzelve te overtuigen, gedreven mogt worden.

Het werk zelf zal inderdaad bevonden worden voldoende en doorslaande bewijzen van echtheid op te leveren, hetgeen zoo noodzakelijk ter voldoening van den Lezer is, en bijaldien er nog meer bekrachtiging mogt vereischt worden, kunnen de Uitgevers zich beroepen op het getuigenis van eenen Heer van aanzien in ons land, die het handschrift te Rome heeft onderzocht, toen het nog in handen des Schrijvers was, en die, sedert deszelfs overbrenging in Engeland, de echtheid van hetzelve heeft gewaarborgd.

Bevoegde beoordeelaars, die het handschrift hebben gelezen, waren van oordeel, dat de titel: ‘Geschiedkundige Gedenkstukken, be-

[p. V]origineel

trekkelijk het Bestuur van Holland,’ niet genoegzaam met den inhoud van hetzelve overeenstemde, aangezien hetzelve eene groote menigte anekdoten bevat, die napoleon en de onderscheidene takken zijner familie betreffen, en ook met een aantal aanzienlijke personaadjen uit andere gewesten, die deel genomen hebben in de hier geschetste Staatkundige gebeurtenissen, in betrekking staan. Maar de begeerte om het werk juist zoo te geven, als hetzelve in de handen der Uitgevers is gekomen, heeft hen overgehaald om van de voordeelen af te zien, welken zij hadden mogen verwachten van eenen titel, meer geschikt om de nieuwsgierigheid der meeste Lezers aan te prikkelen.

Het verhaal geschiedt in den derden persoon, eene wijze, welke, hoezeer in Engeland volstrekt buiten gebruik, nogtans in andere landen gemeen, en door de gewoonte der Ou-

[p. VI]origineel

den gestaafd wordt. Men zou, te dezen opzigte, niets hebben kunnen veranderen, zonder de echtheid van het werk te benadeelen; het zal dus niet noodig zijn, wegens deze navolging van den Schrijver, zich te verschoonen.

Het Engelsch publiek is met het karakter van den Schrijver niet geheel onbekend. De vaderlijke zachtheid van zijn bestuur in Holland, zijne braafheid, zijne eerlijkheid en goede trouw, zijn algemeen erkend. Deze deugden stemden geenzins overeen met de Staatkunde van zijnen heerschzuchtigen en minder naauwgezetten broeder, en veroorzaakten de verbreking van die banden, welken tusschen twee zulke tegenstrijdige karakters niet lang konden blijven bestaan. Men kan daarenboven vermoeden, dat de erkende eerlijkheid van den Schrijver eene genoegzame waarborg is voor de getrouwheid van zijn verhaal, hetwelk hij volgens zijne eigene er-

[p. VII]origineel

varing geeft, zelfs dan nog, wanneer hetzelve door geene bewijzen gestaafd wordt. Wat de gegrondheid der redenering, de denkbeelden van den Schrijver, of de algemeene verdiensten van het werk betreft, het is onnoodig, hierover eene uitspraak te wagen. Men brengt hetzelve met vertrouwelijke opregtheid onder de oogen van het publiek, en het is met alle mogelijke onderscheiding, dat men het aan deszelfs onpartijdige beoordeeling eerbiedig onderwerpt.

 

10 April, 1820.

prepost  begin  verder