Lodewijk napoleon, door de gratie Gods, en de constitutioneele wetten van den Staat, Koning van Holland; aan allen, die dezen zullen lezen of hooren lezen, salut.
Maken door deze proclamatie, aan allen die zulks mogten aangaan, bekend, dat wij de kroon van Holland hebben aangenomen en aannemen, overeenkomstig met den wensch der natie, met de Constitutioneele wetten, en met het traktaat, door de wederzijdsche ratificatien bekrachtigd, hetwelk ons op heden door de afgevaardigden der Hollandsche natie is aangeboden.
Bij onze komst tot den troon, zal onze eerste zorg zijn, voor de belangen van ons volk te waken. Wij zullen ons altoos beijveren, om aan hetzelve standvastige en herhaalde bewijzen van onze liefde en bezorgdheid te geven; wij zullen de regten en vrijheden onzer onderdanen handhaven, en ons onophoudelijk met hunne welvaart bezig houden.
De onafhankelijkheid van het Koningrijk, is door
den Keizer onzen broeder gewaarborgd; de constitutioneele wetten waarborgen gelijkelijk aan een ieder zijne schuldvorderingen op den Staat, zijne persoonlijke vrijheid en zijne vrijheid van geweten. Na deze verklaring hebben wij besloten en besluiten als volgt:
1o. De Ministers van Marine en Finantien zullen, volgens dekreet van heden, hunne werkzaamheden beginnen; de andere Ministers zetten de hunnen tot nadere bevelen voort.
2o. Alle de geconstitueerde, zoo burgerlijke als militaire magten, moeten tot nadere bepalingen aanblijven.
3o. De constitutioneele wetten van den Staat, en het traktaat tusschen Frankrijk en Holland te Parijs gesloten, zullen dadelijk, als mede het tegenwoordig dekreet, op de meest authentieke wijze worden bekend gemaakt.
Gegeven te Parijs, op den 5den Junij, des jaars 1806, en het eerste van onze regering.
(geteekend) lodewijk.