terug  begin  verderprepost

1802.

Men vindt op het Budjet over 1802ƒ29,568,326:15:0. De jaarlijksche Staat der renten schijnt dit jaar bedragen te hebben ƒ29,935,306: 5: 12.

Bijzondere aanmerkingen.

Het hier boven voorkomende onderscheid wordt gevonden, wanneer men van het Budjet aftrekt:

1o. ƒ3,000,000: 0: 0, wegens aflossing van Bataafsche rescriptiën.
2o. ƒ166,645: 9: 5. Welke reeds onder de vorige aanmerking zijn begrepen.
_________  
Totaals. ƒ3,166,645: 9: 5.  

[p. 323]origineel

En daartegen op het Budjet bijbrengt:

1o. De twee onderwerpen hier boven gemeld ƒ1,967,000: 0: 0
  Et ƒ969,000: 0: 0
2o. De vermeerdering, welke de Publieke Schuld ondergaan heeft, door eene gedwongene geldleening van 19. Junij 1801, tot 3½ perCt. interest, en waarvan de betaling der renten, en de aflossing zijn gegrond geweest, even als die der vorige jaren op eene gedwongene leening van een percent op de inkomsten. Dit onderwerp vindt men even als de twee onderwerpen van denzelfden aard hier boven, voor de eerste maal uitgetrokken op het Budjet van 1807, voor de som van ƒ597,625: 0: 0
    _________
  Totaal ƒ3,533,625: 0: 0

Men merkt hieraan, dat de Publieke Schuld in dit jaar eigenlijk eene tweede vermeerdering heeft ondergaan, door de Negotiatie op de Domeinen, en de daaraan verbondene Loterij van den 20sten

[p. 324]origineel

Februarij 1801; beloopende voor het aanvankelijke Kapitaal ƒ17,209,250: 0: 0, tegen 4 perCt. rente eene som van ƒ688,370: 0: 0, een onderwerp dat evenwel nimmer op eenig Budjet is gebragt, of gebragt kon worden, dewijl de betaling der renten en de aflossingen op den verkoop der daartoe verbondene Domeinen zijn gevestigd.

prepostterug  begin  verder