Het hier boven aangewezen onderscheid wordt door de volgende aanmerking opgehelderd: te weten, dat de post van ƒ3,000,000: 0: 0 voorheen betaald tot aflossing der Bataafsche rescriptiën, hier ophoudt, dewijl deze aflossing voor de laatste maal in 1804 heeft plaats gehad, en het overblijvende van het Kapitaal der gezegde rescriptiën, hetwelk bij de Negotiatie van 22. Februarij 1803 geen plaats heeft gehad, thans een gedeelte van de gevestigde of doorloopende Schuld uitmaakt. Dit jaar levert dus wezenlijk eene zeer aanmerkelijke vermeerdering van renten op, waarvan men de oorzaak moet zoeken in de Vrijwillige Negotiatie van 19. Maart 1804, tegen 5 perCt. renten, met
het voordeel eener Loterij van twintigjarige renten, à 5 perCent interest.
| Om eindelijk den jaarlijkschen Staat der renten over dit jaar te vinden, moet men even als in het voorgaande jaar, bij het bedrag voegen, de vijf volgende onderwerpen | |||||||||||||
|
|||||||||||||
| Makende te zamen | ƒ4,720,690: 0: 0 |