terug  begin  verderprepost

Waterstaat.

1806. 1808.
Gewoon ƒ230,523: 16: 6} ƒ952,697,16: 6 ƒ3,000,000: 0: 0
Buitengewoon ƒ722,174: 0: 0}    

De onkosten van den Eeredienst, gebragt volgens 1808, bedragen ƒ1,203,838: 5: 5½
  _________
Hetwelk dus voor Binnenlandsche Zaken en Waterstaat overlaat, eene som van ƒ3,796,161:14:10½
En dit vergeleken met de behoefte voor 1809, of ƒ3,368,399: 5: 8
  _________
Maakt voor dit jaar eene vermindering van ƒ427,762: 9: 2½

[p. 336]origineel

De Budjets van 1807 en 1808 vergelijkende, dan biedt het laatste een meerder van ƒ1,500,000: 0: 0 boven dat van het vorige jaar aan. Men gedraagt zich, ten aanzien van dat verschil, aan hetgeen is aangewezen in de vergelijkende Staten, die een gedeelte uitmaken van de boodschap van den 9den Maart 1808, No. 4, en welke men vindt in de buitengewone uitgaven, die de veiligheid des rijks voor den Waterstaat vorderde, en in hetgeen de vereeniging der departementale Administratiën en de Raden van Financiën in de Departementen, even eens onder de kosten van het Ministerie van Binnenlandsche Zaken gebragt, als een meerder hebben opgelevert, van hetgeen in 1807, op het Ministerie van Financiën, voor de Raden van Finantiën, in de Departementen is gebragt.

Men moet de twee volgende aanmerkingen maken, om de behoefte van het Ministerie van Binnenlandsche Zaken voor 1809 op te helderen, en om dezelven te vergelijken met die van 1808.

1o. De onkosten van 1809, bestaan- uit de twee volgende deelen:  
  a. Waterstaat. ƒ1,434,500: 0: 0
  b. Binnenlandsche Zaken, eigenlijk gezegd ƒ1,933,899: 5: 8
    _________
    ƒ3,368,399: 5: 8
2o. Het Ministerie van Binnenlandsche Zaken en den Waterstaat, hebben te zamen op het crediet van 1808 eene som van ƒ5,296,161:14:l0½
  Van deze som afgetrokken, hetgeen voor het jaar 1809 is gebragt, of ƒ3,368,399: 5: 8
    _________
  Volgt hieruit eene besparing van ƒ1,927,762: 9: 2½

[p. 337]origineel

Men moet ondertusschen, te dezen aanzien, aanmerken, dat de som, gesteld voor den Waterstaat, over het jaar 1808, bedroeg ƒ3,000,000: 0: 0
En dat deze, die voor dat zelfde onderwerp, gevonden moet worden in de ƒ3,368,399: 5: 8 van het Ministerie van Binnenlandsche Zaken, niet meer bedraagt dan ƒ1,434,500: 0: 0
  _________
Hetgeen voor dit onderwerp alleen eene vermindering veroorzaakt van ƒ1,565,500: 0: 0
Er is alle mogelijke bezuiniging noodig geweest, om tot zoodanig eene aanmerkelijke vermindering te komen; en daar men zich alleen tot het volstrekt noodzakelijke heeft bepaald, heeft men niet kunnen denken, aan onderscheidene belangrijke ontwerpen, of aan buitengewone werken, hoe nuttig dezelve ook zouden mogen wezen. En nog is de berekening van ƒ1,434,500 gegrond op de hoop, dat het Koningrijk in den aanstaanden winter moge behoed blijven voor die rampen, welke zoo veel hebben bijgebragt, om de behoeften van den waterstaat voor het jaar 1808 te vermeerderen.  
Het meerdere der besparing op het geheel der Administratie, ontstaat, door dien de behoefte, met uitzondering van den Waterstaat voor het jaar 1809, berekend zijn op ƒ1,933,899: 5: 8
Hetgeen een minder veroorzaakt van ƒ362,262: 9: 2
  _________
Dan hetgeen dezelven in 1808 bedroegen, als: ƒ2,296,161:14:10
Deze vermindering is gevonden op onderscheidene belangrijke ontwerpen, die voor het jaar 1809 gemaakt waren. Dezelve is niet grooter kunnen wezen, uit hoofde van den aard der Administratie zelve.  

[p. 338]origineel

JUSTITIE en POLITIE.

1807. 1808. 1809.
ƒ1,196,049: 8: 0 ƒ1,403,786:16: 0 ƒ1,366,574: 7: 2½

De behoeften voor het Ministerie van Justitie en Politie, hebben in 1808 ƒ207,737: 8: 0 meerder bedragen, dan in het voorgaande jaar. De oorzaak daarvan is aangewezen in den vergelijkenden Staat, waarvan hier boven is gesproken, als zijnde voornamelijk begrepen in de kosten van de Koninklijke Drukkerij, die in 1807 op het Ministerie van de Staats-Secretarie gebragt waren, en in 1808 aan het Ministerie van Justitie en Politie waren toegevoegd.

Wat aanbetreft het jaar 1809, is de som, met een onderscheid van ƒ37,212: 8:13½ dezelfde, als voor het jaar 1808. De nieuwe organisatie voor de Regterlijke Magt, zal alleen de verminderingen vergunnen, waarvoor dit zoo belangrijke gedeelte der Administratie vatbaar is.

[p. 339]origineel

ONKOSTEN voor de DEPARTEMENTEN.

1806.
Regterlijke ƒ4,300,000: 0: 0 } ƒ4,500,000: 0: 0
Buitengewone ƒ200,000: 0: 0 }  

Deze som zal men op de volgende jaren niet meer vinden, dezelve is te zamen gesmolten met die, welke zijn toegestaan voor den Waterstaat en de Ministeriën van den Eeredienst, de Binnenlandsche Zaken en Justitie en Politie. Dezelve bevattede voor het overigen al de uitgaven, betrekkelijk deze vier onderwerpen, voor zoo verre dezelve niet onmiddelijk de onkosten der Nationale Administratie, in eenen afgescheidenen Staat begrepen, aangaan.

prepostterug  begin  verder