terug  begin  verderprepost

Pensioenen en de Orde der Unie.

1809.
ƒ2,000,000: 0: 0

Het Artikel van de Publieke Schuld, was, bij het, door het Wetgevend Ligchaam geopend, crediet, voor dit loopende jaar, gebragt op ƒ42,263,367: 0: 0

[p. 352]origineel

Maar de bijzonderheden van het Artikel van Pensioenen, die hier moeten worden ingelascht, hebben hetzelve doen vermeerderen op het Ministerieel Budjet, tot de som van ƒ42,300,877:18: 0
In 1809 bedraagt het ƒ38,888,332:13: 0
En de Pensioenen daar bijgevoegd, of ƒ2,000,000: 0: 0
  _________
 
  ƒ40,888,332:13: 0
  _________
Makende eene vermindering van ƒ1,412,545: 5: 0

Dit onderscheid wordt op de volgende wijze opgehelderd:

A. Men heeft voor het jaar 1809, de subsidie voor de Amortisatie-kas afgeschaft, zijnde ƒ1,550,000: 0: 0
    _________
     
B. Daarentegen:  

a. 1o.Voegt men hierbij de schuld van de stad Leyden ƒ40,750: 7:12}  
  2o.Die van de Baronnie van IJsselstein ƒ2,594:13: 0} f 43, 345: 0:12
b. 3o.De Pensioenen, berekend voor 1809, op ƒ1,970,000: 0: 0  
  De Orde van de Unie, op de helft verminderd ƒ30,000: 0: 0  
    _________  
    ƒ2,000,000: 0: 0  

[p. 353]origineel

De Pensioenen zijn in 1808 gebragt op ƒ1,845,890: 6: 0  
De Orde van de Unie ƒ60,000: 0: 0  
  _________  
Te zamen aldus   ƒ1,905,890: 6: 0
    _________

Hetwelk afgetrokken zijnde van ƒ2,000,000, een meerder aanbiedt van ƒ94,109:14: 0
  _________
Totaal der vermeerdering voor 1809 ƒ137,454:14:12
Hetwelk van de vermindering, hier boven gebragt, afgetrokken zijnde, het naauwkeurig onderscheid der beide jaren aanbiedt, van ƒ1,275,090:10: 4
  _________

1806. 1807. 1808. 1809.
ƒ82,006,535:11:10 ƒ78,140,368: 2: 2 ƒ80,000,000: 0: 0 ƒ70,000,000: 0: 0

4o. Men brengt hier niet de som, die gevorderd wordt voor de renten en de aflossing van de geldleening van dit jaar, dewijl deze gevonden worden, door middel van eene buitengewone belasting, die bijzonderlijk bestemd is, om daarin te voorzien. De laatste aanmerking, welke op dezen vergelijkenden Staat te maken is, bestaat: dat dezelve eene vermindering van ƒ10,000,000, op de uitgaven van 1808, en van ƒ8,140,368: 2: 2, op het Budjet van 1807 aanbiedt, en vergeleken zijnde met dat van 1806, hoezeer

[p. 354]origineel

de renten van de Publieke Schuld vermeerderd zijn met ƒ4,000,000, voor de geldleening van 1807, behalve die van het crediet, door het Wetgevend Ligchaam, in 1805 en 1806 geopend, er nog eene vermindering ontstaat van ƒ12,006,535,11:10, terwijl de hulpbronnen van de Schatkist vermeerdert zijn, door de inkomsten van Oost-Friesland en de verdere landen, die met het Koningrijk zijn vereenigd.

 

De Staatsraad, (geteekend) J.H. APPELIUS.

 

Amsterdam, 6 November 1809.

prepostterug  begin  verder