De bruggen over den Donau waren nu tegen elken aanval verzekerd, zelfs tegen de uitwerking van branders en andere middelen, om brand te veroorzaken. Reeds van het begin van Julij af had men alles van wederzijde tot eenen beslissenden slag voorbereid. Het Oostenrijksche leger was gedekt door redoutes, deszelfs linkervleugel stond te Euzendorf en de regter te Gross Aspern. Keizer napoleon verliet Schonbrunn en legerde zich onder de tenten, hij besloot, om eenen algemeenen veldslag aan de Oostenrijkers te leveren. Deze batalje had plaats bij Wagram op den 5den en 6den Julij. Het gevecht begon bij den overtogt van den Donau en het eiland Lobau; de Oostenrijkers, die tot aan de andere zijde van dat eiland teruggeslagen waren,
konden het noch te Euzendorf, noch te Wagram houden, en hunne nederlaag was volkomen. Deze zegepraal werd weldra gevolgd door eene wapenschorsing tusschen de twee Keizers.
Terwijl Keizer napoleon zich in Duitschland met lauweren overdekte en den oorlog met zoo veel roem ten einde bragt, werd de Heilige Vader uit zijn paleis opgeligt en naar Frankrijk vervoerd. Op den 21sten Julij bevond hij zich reeds te Grenoble.