In de eerste volledige Nederlandstalige grammatica uit de achttiende eeuw, de Nederduitsche spraekkunst (1706), heeft Arnold Moonen de term grammatica als volgt omschreven:
De Spraekkunst, by de Grieken en Latynen Grammatica, dat is, Letterkunst, geheeten, is eene kunst of weetenschap van recht en zuiver Nederduitsch te spreeken en te schryven
(1706: 1)
Moonen heeft in de Nederduitsche spraekkunst grammatica vervolgens in tweeën onderverdeeld: de ‘Woortgronding’ en de ‘Woortvoeging’. De ‘Woortvoeging’ bestaat uit het grammaticaonderdeel syntaxis, dat de leer van de woordgroepering beschrijft; de ‘Woortgronding’ telt drie onderdelen, waarvan de etymologia, de woordstudie het belangrijkste deel is. Voordat de verschillende woordsoorten worden besproken, behandelt Moonen de letters (orthographia) - en de wijze waarop deze worden uitgesproken (orthoepeia) - alsmede de lettergrepen waaruit woorden zijn opgebouwd: prosodia (Schaars 1988: 76-77).
Moonens aanpak kan als volgt worden weergegeven:2

Hoewel de tweedeling in ‘Woortgronding’ en ‘Woortvoeging’ niet terug te vinden is in de Nederlandstalige bronnen die Moonen heeft geraadpleegd, is zijn indeling niet origineel: hij heeft haar nagenoeg letterlijk ontleend aan Schottelius' Ausführliche Arbeit Von der Teutschen HaubtSprache uit 1663 (Schaars 1988: 77).
Sewel vond het niet nodig in de Nederduytsche spraakkonst (1708) een definitie te geven van het begrip grammatica. Hiervoor gaf hij de volgende reden op:
Wat de SPRAAKKONST, óf vólgens het Grieksch woord Grammatica, de Letterkonst zy, is zo menigmaal gezegd, dat ik het noodeloos acht zulks alhier te herhaalen; te meer dewyl de Nederduytsche benaaming uyt zichzelve haare betékenis aanwyst, en een iegelyk wel begrypt dat men daardoor verstaat eene Kennis van de Letteren en de Spraake.
(1708: 1)
Dit citaat toont dat Sewel onder grammatica zowel ‘Kennis van de Letteren’ als ‘[Kennis van] de Spraake’ verstond. Vermoedelijk heeft Schaars (1988: 77) op basis hiervan geconcludeerd dat Sewel in zijn Nederduytsche spraakkonst Moonens indeling van de grammatica heeft nagevolgd. Sewels verdeling van grammatica in ‘Kennis van de Letteren’ en ‘[Kennis van] de Spraake’ mag echter niet gelijkgesteld worden aan Moonens tweedeling in ‘Woortgronding’ en ‘Woortvoeging’ (vgl. Knol 1977: 79).
De ‘Kennis van de Letteren’ is het eerste onderwerp dat Sewel in zijn spraakkunst heeft behandeld, in het onderdeel Letterbeschryving of ‘Orthographia’ (1708: 1). Vervolgens komen de grammaticaonderdelen Oorsprongkunde of ‘Etymologia’ (1708: 37), Woordschikking of ‘Syntaxis’ (1708: 187) en Maatklank of ‘Prosodia’ (1708: 209) aan de orde.
We kunnen de structuur van Sewels grammatica op de volgende wijze weergeven:

Uit het bovenstaande blijkt dat Sewel een andere ordening van de grammatica volgt dan Moonen. Wat hier achter steekt, is niet duidelijk; de spraakkunst en de taalkundige opvattingen van Sewel zijn helaas nog maar amper bestudeerd.