[Vanderheyden 1985.] J.F. Vanderheyden, ‘“Vadzige monniken in morsige holen” en de tekstoverlevering’. In: Verslagen en Mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Nieuwe Reeks. 1985, pp. 1-77.
[Veder 1906.] W.R. Veder, ‘Register van namen van kerkmeesters der gereformeerde Nederduitsche, Engelsche en Walen kerken, benevens van die der regenten en regentessen der godshuizen en stedelijke gestichten, met de jaren hunner ambtsvervulling sedert 1682’. In: Vierde Jaarboek der vereeniging Amstelodamum. Amsterdam, 1906, pp. 77-111.
[Verwer 1707.] A. Verwer, Linguae Belgicae idea grammatica, poetica, rhetorica; Amstelaedami, MDCCVII. [Zie Knol 1996.]
[Vollenhove 1686.] J. Vollenhove, Poëzy. Te Amsterdam, MDCLXXXVI.
[Vondel 1716.] J. vanden Vondel, Publius Ovidius Nasoos Heldinnebrieven. Vertaelt door -. T'Amsterdam, 1716.
[Voorn 1985.] H. Voorn, De papiermolens in de provincie Zuid-Holland, alsmede in Overijssel en Limburg. Haarlem, 1985 [De Geschiedenis der Nederlandse Papierindustrie III].
[De Vooys 1924.] C.G.N. de Vooys, ‘Achttiende-eeuwse spraakkunstbeschouwing’. In: Verzamelde Taalkundige Opstellen I. Groningen, 1924, pp. 354-373.
[De Vooys 1940-1941.] C.G.N. de Vooys, ‘De Middelnederlandse Boëthius-vertaling van Jacob Vilt’. In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 60 (1940-1941), pp. 1-25.
[De Vooys 1947.] C.G.N. de Vooys, Nederlandse spraakkunst. Met medewerking van M. Schönfeld. Groningen; Batavia, 1947.
[De Vooys 1947b.] C.G.N. de Vooys, ‘De lotgevallen van het pronomen dezelve’. In: Verzamelde Taalkundige Opstellen. Derde bundel. Groningen; Batavia, 1947, pp. 332-340.
[De Vooys 1947c.] C.G.N. de Vooys, ‘Uit de geschiedenis van de Nederlandse taalkunde: van Ten Kate tot Siegenbeek’. In: Verzamelde Taalkundige Opstellen. Derde bundel. Groningen; Batavia, 1947, pp. 11-22.
[De Vooys 1970.] C.G.N. de Vooys, Geschiedenis van de Nederlandse taal. [Fotomechanische herdruk van 19525]. Groningen, 1970.
[Vossius 1695.] Gerardi Joannis Vossii aristarchus, sive de arte grammatica libri septem. Amstelodami, 1695.
[De Vries 1957.] B.W. de Vries, De Nederlandse papiernijverheid in de negentiende eeuw. 's-Gravenhage, 1957.
[De Vries 1849.] M. de Vries, De Nederlandsche taalkunde, beschouwd in hare vroegere geschiedenis, tegenwoordigen toestand en eischen voor de toekomst. Haarlem, 1849.
[De Vries, Willemyns & Burger 1993.] Jan W. de Vries, Roland Willemyns & Peter Burger, Het verhaal van een taal. Negen eeuwen Nederlands. Amsterdam, 1993.
[Wachterus 1727.] J.G. Wachterus, Glossarium Germanicum. Lipsiae, 1727.
[Wagenaar 1765.] Jan Wagenaar, Amsterdam in zyne opkomst, aanwas, geschiedenissen, voorregten, koophandel, gebouwen, kerkenstaat, schoolen, schutterye, gilden en regeeringe, beschreeven door Jan Wagenaar, historieschryver der stad. Tweede stuk. Te Amsterdam, 1765.
[Wagenaar 1767.] Jan Wagenaar, Amsterdam in zyne opkomst, aanwas, geschiedenissen, voorregten, koophandel, gebouwen, kerkenstaat, schoolen, schutterye, gilden en regeeringe, beschreeven door Jan Wagenaar, historieschryver der stad. Derde stuk. Te Amsterdam, 1767.
[Van der Wal 1982.] M.J. van der Wal, ‘Opvattingen over het werkwoord en meer in het bijzonder over het passief in de Nederlandse grammatikale traditie van de 17de t/m de 19de eeuw’. In: Van Driel & Noordegraaf 1982, pp. 52-80.
[Van der Wal 1988.] M.J. van der Wal, ‘De drieledige vormen in taal en taalbeschouwing’. In: Nieuwe Taalgids 81 (1988), pp. 383-400.
[Van der Wal 1992.] M.J. van der Wal, in samenwerking met Cor van Bree. Geschiedenis van het Nederlands. Utrecht, 1992.
[Van der Wal 1992a.] M.J. van der Wal, ‘Dialect and standard language in the past: The rise of the