terug   verder

De Aristarch van 't Y
De ‘grammatica’ uit Balthazar Huydecopers Proeve van Taal- en Dichtkunde (1730)

R.J.G. de Bonth

bron

R.J.G. de Bonth De Aristarch van 't Y, De ‘grammatica’ uit Balthazar Huydecopers Proeve van Taal- en Dichtkunde (1730). Shaker Publishing B.V., Maastricht 1998

codering DBNL-TEI 1
dbnl-nr bont010aris01_01
logboek

- 2005-10-10 CB colofon toegevoegd

verantwoording

gebruikt exemplaar

exemplaar universiteitsbibliotheek Leiden, signatuur: disnym 1998 Nr 62

 

algemene opmerkingen

Dit bestand biedt, behoudens een aantal hierna te noemen ingrepen, een diplomatische weergave van De Aristarch van 't Y, De ‘grammatica’ uit Balthazar Huydecopers Proeve van Taal- en Dichtkunde (1730), het proefschrift van R.J.G. de Bonth uit 1998

 

redactionele ingrepen

Bij de omzetting van de gebruikte bron naar deze publicatie in de dbnl is een aantal delen van de tekst niet overgenomen. Hieronder volgen de tekstgedeelten die wel in het origineel voorkomen maar hier uit de lopende tekst zijn weggelaten. Ook de blanco pagina's (p. VI, VIII, 112, 116, 366, 386, 412, 418, 420) zijn niet opgenomen in de lopende tekst.

 

[pagina ongenummerd (p. I)]

‘De Aristarch van 't Y’

De ‘grammatica’ uit Balthazar Huydecopers

Proeve van Taal- en Dichtkunde (1730)

 

Een wetenschappelijke proeve op het gebied van de Letteren

Proefschrift ter verkrijging van de graad van doctor aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, volgens besluit van het College van Decanen in het openbaar te verdedigen op maandag 11 mei 1998 des namiddags om 1.30 uur precies

door

Rolandus Johannes Godefridus de Bonth geboren op 20 april 1967 te Drunen

 

[pagina ongenummerd (p. I)]

 

[pagina ongenummerd (p. II)]

Promotor: prof. dr. G.R.W. Dibbets

Manuscriptcommissie: Prof. dr. J.H. Brouwers

Prof. dr. M.C. van den Toorn

Dr. J. Noordegraaf (Vrije Universiteit Amsterdam)

 

[pagina ongenummerd (p. III)]

‘De Aristarch van 't Y’

 

[pagina ongenummerd (p. IV)]

Copyright Shaker 1998

 

Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm, zonder schriftelijke toestemming van de uitgever.

 

ISBN 90-423-0036-1

 

Shaker Publishing B.V.

St. Maartenslaan 26

6221 AX Maastricht

tel.: 043-3260500

fax: 043-3255090

http://www.shaker.nl

 

[pagina ongenummerd (p. V)]

Voor Ingrid

Aan mijn ouders

 

[pagina ongenummerd (p. IX)]

Inhoudsopgave


Woord vooraf   vii
     
Inhoudsopgave   ix
     
1 Inleiding 1
1.1 Opbouw van deze studie 1
1.2 Stand van onderzoek 2
1.3 Doelstelling en afbakening van het onderzoek 5
1.4 Waarderingsgeschiedenis van de Proeve 6
1.5 Waardering van de moedertaal 11
1.6 Taalreglementering 12
1.7 Taalkundige werken 1650-1730 16
     
2 Balthazar Huydecoper 23
2.1 Biografische schets 23
2.2 De veilingcatalogus 26
     
3 De Proeve van Taal- en Dichtkunde (1730) 31
3.1 Inleiding 31
3.2 Nederlandse vertalingen van de Metamorphosen (1532-1700) 31
3.3 Vondels vertaling in druk en herdruk (1671, 1703, 1730) 32
3.4 Het voorwerk van de Proeve: inleiding 37
3.5 De opdracht van de Proeve 39
3.6 Het voorwoord van de Proeve 42
3.7 De aantekeningen bij Vondels Herscheppinge 43
3.8 De voorwaarden voor de drukker 45
3.8.1 De eerste voorwaarde 46
3.8.2 De tweede voorwaarde: de titelprent 47
3.8.2.1 Inleiding 47
3.8.2.2 De graveur 47
3.8.2.3 De gravure 48
3.8.3 De derde voorwaarde 56
     
4 Huydecopers taalkundige en methodologische uitgangspunten 59
4.1 De ontwikkeling van Huydecoper als taalkundige 59
4.1.1 De triompheerende standvastigheid (1717) 59
4.1.2 Achilles (1719) 60
4.1.3 Edipus (1720) 64
4.1.4 Corneille verdedigd (1720) 66
4.1.5 Arzases (1722) 69
4.1.6 Hekeldichten en brieven van Q. Horatius Flaccus (1726) 70
4.1.7 Achilles (1728) 72
4.1.8 Samenvatting 74

 

 

[p. X]


4.2 De werkwijze van Huydecoper 74
4.2.1 Inleiding 74
4.2.2 Werkwijze 75
4.2.3 Helderheid en eenvoud 87
4.2.4 Samenvatting 88
4.3 Huydecoper: normen voor goed taalgebruik 89
4.3.1 De ‘gronden’ van het Nederlands 89
4.3.2 Gebruik (consuetudo) 95
4.3.3 Achtbaar gebruik (auctoritas): Vondel en Hooft 97
4.3.4 Ouden (vetustas) 99
4.3.5 Metaplasmus 109
4.3.6 Tot besluit 110
     
5 Grammatica 113
5.1 Inleiding 113
5.2 Definitie en indeling 113
5.3 Stof 114
     
6 Spelling en letters 117
6.1 Orthographia 117
6.2 Littera 118
6.3 Aantal letters 118
6.4 Nomen 119
6.5 Figura 121
6.6 Potestas 122
6.7 Status van spelling 123
6.8 De spellingprincipes van Huydecoper 124
6.8.1 De regel van de etymologie 124
6.8.2 De regel van de differentiatie 126
6.8.3 De regel van de beschaafde uitspraak 126
6.8.4 De spelling van buitenlandse namen 127
6.9 Bespreking van afzonderlijke letters: inleiding 128
6.10 Klinkers 129
6.10.1 A 129
6.10.2 E 129
6.10.3 I 131
6.10.4 O 132
6.10.5 U 132
6.10.6 Y 132
6.10.7 Verdubbeling van klinkers 134
6.11 Tweeklanken en drieklanken 135
6.11.1 AA/AE 136
6.11.2 AAI/AEI 137
6.11.3 AI/AY 137
6.11.4 EI/EY 138
6.11.5 EU/UE 139

 

 

[p. XI]


6.11.6 IE 140
6.11.7 IEU 141
6.11.8 OE 141
6.11.9 OI/OY 141
6.11.10 OU 141
6.12 Medeklinkers 142
6.12.1 Zacht-scherp 142
6.12.2 B 143
6.12.3 C 144
6.12.4 D 144
6.12.5 F 149
6.12.6 G 149
6.12.7 H 149
6.12.8 J 149
6.12.9 K 149
6.12.10 L 149
6.12.11 M 150
6.12.12 N 150
6.12.13 P 151
6.12.14 Q 151
6.12.15 R 151
6.12.16 S 152
6.12.17 T 152
6.12.18 V 153
6.12.19 W 153
6.12.20 X 153
6.12.21 Z 153
6.13 Samenvatting 154
     
7 Etymologia (woordsoortenleer) 155
7.1 Inleiding 155
7.2 Lidwoord 156
7.2.1 Definitie - omschrijving 156
7.2.2 Aantal; Bepaald - Onbepaald 159
7.2.3 Geslacht 160
7.2.4 Getal 161
7.2.5 Naamval 161
7.2.6 Lidwoord versus telwoord 168
7.2.7 Besluit 169
7.3 Naamwoord 170
7.3.1 Definitie - omschrijving 170
7.3.2 Eigenschappen 171
7.3.3 Hoedanigheid 172
7.3.3.1 Zelfstandig - bijvoeglijk 172
7.3.3.2 Zelfstandig gebruikte werkwoorden 174
7.3.3.3 Zelfstandig gebruikte bijvoeglijke naamwoorden 175

 

 

[p. XII]


7.3.3.4 Eigen - gemeen 176
7.3.4 Vergelijking 179
7.3.5 Geslacht 184
7.3.5.1 Inleiding 184
7.3.5.2 Het aantal geslachten 184
7.3.5.3 De geslachtsbepaling van zelfstandige naamwoorden 185
7.3.5.4 Genus - sexus: het woord wijf 188
7.3.5.5 Huydecoper en de geslachtsbepaling van substantieven 189
7.3.6 Aard 193
7.3.6.1 Collectiva 193
7.3.6.2 Stofadjectieven 194
7.3.7 Getal en meervoudsvorming 197
7.3.8 Naamval 200
7.3.8.1 Huydecoper over het accidens naamval 202
7.3.8.2 De nominativus 202
7.3.8.3 De genitivus 203
7.3.8.4 De dativus 206
7.3.8.5 De accusativus 206
7.3.8.6 De vocativus 207
7.3.8.7 De ablativus 207
7.3.9 Verbuiging 207
7.3.9.1 Substantivum: nominativus 207
7.3.9.2 Substantivum: vocativus 208
7.3.9.3 Substantivum: ablativus 209
7.3.9.4 Adjectivum: nominativus 209
7.3.9.5 Adjectivum: ablativus 211
7.3.9.6 De verbuiging van al 211
7.3.9.7 De verbuiging van gesubstantiveerde adjectieven 212
7.3.10 Afleiding 216
7.3.10.1 Onscheidbare voorvoegsels 217
7.3.10.2 Scheidbare voorvoegsels 219
7.3.10.3 Afzonderlijke achtervoegsels 220
7.3.10.4 De afleiding van werkwoorden 229
7.3.11 Besluit 231
7.4 Voornaamwoord 231
7.4.1 Inleiding 231
7.4.2 Definitie - omschrijving 232
7.4.3 Eigenschappen 234
7.4.4 Geslacht 234
7.4.5 Persoon 235
7.4.6 Aard 236
7.4.7 Hoedanigheid 236
7.4.8 Verbuiging / Gebruik 241
7.4.8.1 Aanwijzende (Persoonlijke) voornaamwoorden 242
7.4.8.2 ik - wij 242
7.4.8.3 gij - gij 243

 

 

[p. XIII]


7.4.8.4 hij - zij - het 244
7.4.8.5 deze - dit 247
7.4.8.6 die - dat 248
7.4.8.7 deze (dit) - die (dat) 250
7.4.8.8 Betrekkelyke voornaamwoorden 252
7.4.8.9 Bezittelijke voornaamwoorden 254
7.4.8.10 Wederkeerende voornaamwoorden 258
7.4.8.11 Anderen, enigen, sommigen 264
7.4.8.12 Voornaamwoordelijke bijwoorden 265
7.4.8.13 De samenstellende delen 266
7.4.8.14 Het al dan niet splitsen 268
7.4.8.15 Personen - zaken 268
7.4.8.16 Zelf 269
7.4.9 Conclusie 271
7.5 Werkwoord 272
7.5.1 Definitie - omschrijving 272
7.5.2 Eigenschappen 273
7.5.3 Hoedanigheid 273
7.5.3.1 Persoonlijk - onpersoonlijk 274
7.5.3.2 Zelfstandige werkwoorden - hulpwerkwoorden 279
7.5.4 Geslacht 282
7.5.5 Persoon 288
7.5.6 Getal 289
7.5.7 Vervoeging (conjugatio) 290
7.5.8 Wijze 307
7.5.9 Tijd 309
7.5.10 Vervoeging (flexio) 313
7.5.11 Onvoltooid tegenwoordige tijd 314
7.5.11.1 Aantonende wijs 314
7.5.11.2 Eerste persoon enkelvoud 314
7.5.11.3 Tweede en derde persoon enkelvoud 315
7.5.11.4 Gebiedende wijs 317
7.5.12 Onvoltooid verleden tijd 320
7.5.12.1 Aantonende wijs 320
7.5.13 Wederkerende werkwoorden 321
7.5.14 Frequentatieven 322
7.5.15 Tot besluit 324
7.6 Deelwoord 325
7.6.1 Definitie - omschrijving 325
7.6.2 Eigenschappen 326
7.6.2.1 Genus 326
7.6.2.2 Tempus 330
7.6.2.3 Casus 331
7.6.3 Tot besluit 331
7.7 Voegwoord 332
7.7.1 Definities - omschrijvingen 332

 

 

[p. XIV]


7.7.2 Eigenschappen 334
7.7.2.1 En 336
7.7.2.2 Omdat 337
7.7.2.3 Opdat 338
7.7.2.4 Want 338
7.7.3 Tot besluit 338
7.8 Bijwoord 339
7.8.1 Definitie - omschrijving 339
7.8.2 Eigenschappen 341
7.8.3 Tot besluit 345
7.9 Voorzetsel 345
7.9.1 Definitie - omschrijving 345
7.9.2 Eigenschappen 351
7.9.3 Afzonderlijke voorzetsels 356
7.9.4 Tot besluit 362
7.10 Tussenwerpsel 363
7.10.1 Definitie - omschrijving 363
7.10.2 Eigenschappen - betekenissen 364
7.10.3 Tot besluit 365
     
8 Syntaxis 367
8.1 Inleiding 367
8.1.1 Samentrekking 367
8.1.2 Weglaten van voorzetsel 369
8.1.3 Facultatief om 370
8.1.4 Woordvolgorde 370
8.1.5 Negatie: geen versus niet 372
8.1.6 Genitivus versus omschrijving met van 373
8.1.7 Bijstelling 373
8.1.8 Ablativus absolutus 374
8.1.9 Congruentie 376
8.1.10 Heb komen versus heb gekomen 377
8.1.11 Deelwoordconstructie 378
8.2 Tot besluit 378
     
9 Een taaldespoot uit de pruikentijd? 379
     
Bibliografie   387
     
Lijst van afbeeldingen   404
     
Register van persoonsnamen   405
     
Summary   413
     
Curriculum vitae   417

 

 

[losse ongenummerde pagina, π1]

Stellingen

Met het artikel ‘Een taaldespoot uit de pruiketijd’ heeft R.A. Kollewijn de aanzet gegeven tot de gebruikelijke twintigste-eeuwse belangstelling voor Huydecopers Proeve van Taal- en Dichtkunde (1730).

[N.a.v. R.A. Kollewijn, ‘Een taaldespoot uit de pruiketijd’. In: Taal en Letteren 16 (1906), pp. 1-29 en C.J.J. van Schaik, Balthazar Huydecoper. Een taalkundig, letterkundig en geschiedkundig initiator (1962), p. 2.]

 

2. Zolang er mensen zijn die zich beijveren voor een correct gebruik van de Nederlandse taal, zal ‘het muurtje van Huydecopers grammaire raisonnée’ niet worden geslecht.

[N.a.v. R.A. Kollewijn, ‘Een taaldespoot uit de pruiketijd’. In: Taal en Letteren 16 (1906), pp. 1-29, m.n. p. 29.]

 

3. Een uitspraak over Huydecopers karakter laat zich gemakkelijker afleiden uit zijn geschriften dan uit zijn portret.

[N.a.v. C.F.P. Stutterheim, ‘Taalbeschrijving en taalwaardering’. In: Uit de verstrooiing. Gesproken en geschreven taalkundige beschouwingen (1971), pp. 157-171, m.n. p. 157 en J. Daan, ‘Wat is een dialect? De betekenisnuances van dit woord in Nederland, bij Lambert ten Kate en in latere eeuwen’. In: Taal en Tongval 44 (1992), pp. 156-187, m.n. p. 183.]

 

4. Huydecopers Proeve van Taal- en Dichtkunde was voor het onderwijzen van ongeoefende schrijvers van meer belang dan Ten Kates Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake (1723).

[N.a.v. J. Daan, ‘The relation between dialect and standard language in the Netherlands in the past as a key to the present’. In: Dialect and Standard Language. Dialekt und Standardsprache in the English, Dutch, German and Norwegian Language Areas. Seventeen Studies in English or German. Edited by J.A. van Leuvensteijn and J.B. Berns (1992), pp. 147-161, m.n. p. 153.]

 

5. Spelling is een kwelling.

[Vgl. L. ten Kate, Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake (1723), deel I, p. 109.]

 

6. In het verhaal ‘Kersen eten’ uit de bundel Een kaart, niet het gebied (1994) van Hermine de Graaf is Jelle degene die Simon met een jachtgeweer heeft neergeschoten.

[N.a.v. een discussie met enkele docenten van het Emmauscollege in Rotterdam.]

 

[losse ongenummerde pagina, π2]

7. Met het gegeven dat de religieuze twisten tussen 1609 en 1621 kunnen worden aangeduid met de termen reformatie en contrareformatie, dragen de auteurs van de schoolmethode Nieuw Nederlands niet bij tot een goed beeld van de (literatuur)geschiedenis bij leerlingen van het voortgezet onderwijs.

[N.a.v. J. Schlebusch e.a., Nieuw Nederlands 4vwo-editie Groningen, 1993, p. 174.]

 

8. Wie beweert dat het Roelandslied een ridderroman is waarin de Britten worden aangevallen door de Angelsaksen, moet nog veel leren.

[N.a.v. een schriftelijke overhoring in 4 vwo over de middeleeuwen.]

 

9. Bij de oosterse vechtkunst karate krijgen de beoefenaars een band.

 

10. De stelling ‘Wie in staat is binnen tweeëneenhalf jaar een dissertatie te schrijven, is knap’ is dubbelzinnig.

[N.a.v. I.M. Weekhout, Boekencensuur in de Noordelijke Nederlanden. Een verkennend onderzoek naar de vrijheid van drukpers gedurende de zeventiende eeuw ('s-Gravenhage, 1998).]

 

Stellingen behorend bij het proefschrift van R.J.G. de Bonth, ‘De Aristarch van 't Y’. De ‘grammatica’ uit Balthazar Huydecopers Proeve van Taal- en Dichtkunde (1730), te verdedigen op 11 mei 1998 (Katholieke Universiteit Nijmegen).

 

terug   verder