terug  begin  verder
[p. 20]

[Johanna Schouten-Elsenhout]



illustratie
61

60. Promotie van Vernie A. February (links) in Leiden 1977. Hij is vertaler-medewerker van Creole Drum. Rechts prof. dr. J. Voorhoeve, een der samenstellers van deze bloemlezing.
61. Dichteres Johanna Schouten-Elsenhout leest uit eigen werk in het gebouw van Sticusa.
62. Twee gedichten van Johanna Schouten (uit Soela no 2, 1962). Tekening van Rudi Gerrouw.


illustratie
60



illustratie
62

[p. 21]

Johanna Schouten-Elsenhout, geb. 1910.

Belangrijk dichteres in het Sranan tongo. In haar gedichten vermengt christelijk belijden zich met associaties uit een diep gewortelde Afrikaanse godsdienst.

Ze beschikt over een groot beeldend vermogen en put uit de rijke creoolse overlevering van odo's, spreekwoorden, die ze in haar gedichten verwerkt. Wordt de ‘Grandma Moses’ van de literatuur genoemd, maar haar gedichten zijn verre van eenvoudig. Was stomverbaasd toen ze hoorde dat, wat ze jarenlang in schriften had opgeschreven, poezië was.

 

63, 65. Gedicht van Johanna Schouten in handschrift en eigen vertaling daarvan in het Nederlands.
64. Fragment uit een gedicht van Johanna Schouten, in vertaling van Jan Voorhoeve.

 

 
O mijn vaderland, mijn rozenstruik,
 
mijn nest!
 
Als straks de dood mij aantast
 
in mijn droom.

64



illustratie
63



illustratie
65

terug  begin  verder