Literaire tijdschriften hebben in Suriname nooit een lang leven gehad. Tongoni (1958) onder redactie van Henny de Ziel (Trefossa), Jan Voorhoeve en René de Rooy kende maar twee nummers. Soela bracht het tot zes (1962-1964). Het op straat aan de man gebrachte Moetete (1968) hield na twee nummers op te bestaan.
Hun belang moet vooral daarin worden gezocht, dat zij een forum en een stimulans verschaften voor de schrijvers, die vrijwel verstoken waren van mogelijkheden tot publicatie en dat zij glans verleenden aan het Sranan tongo als literaire taal.
Ook in Nederlandse tijdschriften en publicaties is aandacht besteed aan de Surinaamse letteren.
| 117, 118, 119, 120. | In Suriname verschenen literaire tijdschriften. |
| 121, 122, 123, 124. | In Nederland verschenen en aan Surinaamse letteren gewijde tijdschriften. |
| 125. | In 1975 verschenen uitgave van het Surinaams Antilliaans Schrijvers Kollektief. |
| 126. | Bloemlezing van orale en geschreven literatuur in Suriname, 1975. |
| 127. | Antilliaanse uitgave van gedichten van Ashetu. |
| 128. | Sticusa verspreidde in 1973 in 100.000 exemplaren een kleine bloemlezing Surinaamse (en Antilliaanse) gedichten. |












