Aerschot, Bert vanVlaams romanschrijver (Lier 3.3.1917). Studeerde aan de Antwerpse Academie, was werkzaam in het bouwbedrijf en bij de televisie. Debuteerde in 1942 met de roman De kleine wereld, bundelde tien jaar later drie novellen onder de titel Ik leefde gisteren en gaf daarna vitalistische romans uit, waarvan de eerste drie een naturalistische en sterk sensuele inslag hebben. Zijn later werk Einde van een reis (1959) getuigt van een mildere kijk op het leven. Van Aerschot ontleedt scherp en ongenadig het onderbewustzijn van zijn personages, die zich door zelfkennis trachten te verheffen. Hij schrijft een helder, suggestief en gecondenseerd proza. De auteur heeft ook geschilderd. Werken:Bittere wijn (1954), r.; De vrouwen (1956), r.; De lift (1957), r.; De gebroeders (1961), r.; Kinderen van Atlas (1962); De dochters van Delphi (1964); De nacht van Icarus (1965); Aleida zonder zwaan (1966), verh.; De kartonnen stad (1966); Homo sum (1967), t.; De priesteres (1968), nov.; Endymion en Selene (1968), r.; De N.V. loopt gesmeerd (1969), t.; De stad bij morgenlicht (1974); De afvallende bloem (1975), r.; Sta op en dors (1978), r.; Erotische en andere verhalen (1979). Literatuur:H. Lampo, `Drie schrijvers, drie werelden: Frans de Bruyn, B.v.A. en Eugène Bosschaerts', in Nieuw Vl. Tijschr., 9 (1955); W. Copmans, `B.v.A.: een individualist in de Zuidnederl. lit.', in Mens en taak, 13 (1970).
|