Aitzema, Lieuwe van

Noordnederlands historicus (Dokkum 19.11.1600-'s-Gravenhage 23.2.1669). In 1617 verscheen te Franeker zijn Poemata Juvinilia, maar later wijdde hij zich geheel aan de staatkunde. Dank zij zijn oom Foppe Aitzema werd hij benoemd tot resident van de Hanzesteden te 's-Gravenhage, welke functie hij vele jaren bekleedde.

Vermaardheid verwierf Aitzema met zijn werk: Saken van Staet en Oorlog in ende omtrent de Verenigde Nederlanden (15 dln., 1655, 6 dln. 16692). In het zesde deel van de tweede druk was ook zijn afzonderlijk verschenen Verhaal van de Nederlandsche vredehandeling en herstelde leeuw of Discours over het gepasseerde in de Verenigde Nederlanden in 't jaar 1650-1651 opgenomen.

Het oordeel over de waarde van Aitzema's historische werken loopt sterk uiteen. N.G. van Kampen spreekt in zijn Beknopte geschiedenis der letteren en wetenschap in de Nederlanden (1821-1826) van een leesbare verzameling staatsstukken van belang door het gewicht van die stukken, van onvermoeide vlijt, waarheidsliefde en onpartijdigheid. R.J. Fruin daarentegen heeft in zijn Verspreide geschriften (1900) ernstige bedenkingen met name tegen de passages waarin, vanuit geheime correspondenties, welke niet werden gepubliceerd, versch. personen zeer negatief door Aitzema worden aangevallen. Toch is zijn uiteindelijk oordeel milder omdat de verzamelde documenten een onontbeerlijke aanvulling vormen op de andere geschiedschrijvingen van die tijd. Door de vlotte stijl van schrijven is Aitzema's werk ook voor de geïnteresseerde lezer van nu zeer leesbaar.

Literatuur:

J.J. Poelhekke, Enkele aantekeningen over A. (1960); C.S.M. Rademaker, `L.A.', in Archief voor de gesch. v.d. katholieke kerk in Nederland, 10 (1968); E.H. Waterbolk (ed.), Proeven van L.A. Opstellen, voortgekomen uit een werkcollege (1970).

 

[P.M.M. Kroone]