Ampzing, Samuel

Noordnederlands prozaschrijver (Haarlem 24.6.1590-ald. 29.7.1632). Was predikant in zijn geboorteplaats; schreef stichtelijke en nationaal getinte gedichten waarmee hij bij zijn tijdgenoten een zekere naam maakte. Opzien baarde Ampzing door zijn in 1629 tegen Vondel gerichte Eerverdediginge tegen de Arminiaensche grimmigheijd, wegens diens aanval op de contraremonstrantse predikant Boogaert. Het bekendst werd hij door zijn Beschrijvinge ende lof der stad Haerlem (1628). In zijn Taelbericht der Nederlandsche spellinge (1628) pleit hij voor een zuiver taalgebruik.

Werken:

Rijm-catechismus (1624); Bijbel-poezije (1624); Westindische triumphbazuin op de verovering van de zilveren vloot (1629); Naszousche lauren-kranze (1629).

Literatuur:

H.C. Roijen, in Tijdschr. Nederl. Muziekgesch. (1892); F.L. Zwaan, Uit de gesch. der Nederl. spraakkunst (1939, 19742).

 

[G. Stuiveling]