Assenede, Diederic vanZuidnederlands dichter (ca 1230-ca 1290). Wsch. dezelfde als Dierekin de Hassenede, in de 2de helft van de 13de eeuw `clerc' van de graven van Vlaanderen. Ca 1260 vertaalde hij de idyllische versie van Floire et Blancheflor, de liefdesgeschiedenis van `roos en lelie', een heidenprins en een christenmeisje, onder de titel Floris ende Blancefloer, vrijwel compleet bewaard in een 14de-eeuws hs. Gezien de moeilijkheden, die aan elke rijmvertaling inherent zijn en ondanks de corruptelen die, omdat het slechts één hs. betreft, onvermijdelijk zijn, mag deze verdietsing geslaagd heten. Door de vlotte verhaaltrant ziet men de onhandigheden (stoplappen, herhalingen, hinderlijke parallellismen, enz.) eerder over het hoofd. Het algemeen menselijke thema, de soevereiniteit der liefde, verklaart de langdurige populariteit van de roman, wellicht ook via het toneel, maar in elk geval via de prozabewerking tot volksboek (oudste fragmentarisch bewaarde druk 1517). Uitgaven:J.A. Alberdingk Thijm, in Karolingische verhalen (1851, 18842), moderne prozabew.; H.J. Boeken, De Historie van Floris ende Blancefloer (1898), bew. in verzen; C.P. Serrure, in Versl. en Meded. Kon. Vl. Acad., 2 (1901); G.J. Boekenoogen, De Historie van Floris ende Blancefloer (1903), de prozabew. in het Volksboek; P. Leendertz jr., Floris ende Blancefloer (1912); A.H. Hoffmann von Fallersleben (ed.), Idem (19682); J.J. Mak, Idem (19703). Literatuur:C.P. Serrure, `D.v.A.', in Vaderlandsch Museum, 2 (1858) en 5 (1863); L. Stockman, `D.v.A. Grafelijk ambtenaar (vóór 1263-vóór 1296)', in Biekorf, 73 (1972).
|