Backer, Franz de

Vlaams filoloog, dichter en romanschrijver (Aalst 22.6.1891-Ukkel 23.6.1961). Nam tijdens wo i vrijwillig dienst. Ging in 1920 Germaanse filologie studeren aan de Vrije Universiteit te Brussel, waar hij leerling was van August Vermeylen, die een blijvende invloed op hem had. Promoveerde in 1923 met de dissertatie Bernard Shaw as a Dramatist. Vanaf 1925 verbonden aan de Rijksuniversiteit te Gent, waar hij de Engelse taal- en letterkunde doceerde. Jarenlang voorzitter van het Vlaamse pen-centrum.

De Backer debuteerde met verzen en verwerkte zijn oorlogsherinneringen in een merkwaardige roman, Longinus (1934). De conceptie van deze oorlogsroman herinnert aan die van De wandelende jood van August Vermeylen (1906), wiens invloed vooral in het eerste hoofdstuk tot uiting komt. De dynamische en vaak aangrijpende evocatie van het frontleven rechtvaardigt de mening dat dit werk niet enkel als tijdsdocument belangrijk is, maar tot de beste verhalen behoort uit de Vlaamse oorlogsliteratuur.

Werken:

Bloeikens (1913), r.; Het dochterken van Rubens (1927); r.; Van wee en glorie (1923), r.; De witte vijand (1930), r.; Contemporary Flemisch Literature. A Brief Survey (1934).

Literatuur:

F.d.B., Bio-bibliografie (1951); R. Willemijns, F.d.B. = Oostvl. lit. monografieën, 15 (1980).

 

[J. de Ceulaer]