Belcampo

Ps. van Herman Pieter Schönfeld Wichers, Nederlands prozaschrijver (Naarden 21.7.1902). Groeide op als notariszoon te Rijssen, studeerde rechten en medicijnen te Amsterdam, was o.a. studentenarts te Groningen.

De kleurige en bizarre Verhalen die hij als student schreef gaf hij aanvankelijk uit in eigen beheer (1936), waardoor zij slechts aan weinigen bekend werden. Meer aandacht kreeg De zwerftocht van Belcampo (1939), het literaire resultaat van een voetreis naar Italië. Pas in de naoorlogse jaren kreeg zijn verhalend proza met de barokke fantasieën, bijv. die over de dag des oordeels in het verhaal Het grote gebeuren (1958), en met de zeer persoonlijke humor algemene waardering, getuige de bekroning met de Marianne Philipsprijs (1956), de prijs van de Stichting Kunstenaarsverzet (1959) en de Hendrik de Vriesprijs.

De humoristische novelle, aanvankelijk sterk studentikoos van inhoud, kreeg in stijgende mate een wijsgerig-wetenschappelijke inslag. Belcampo maakte herhaaldelijk gebruik van moderne medische gegevens om op fantastische wijze het menselijke bestaan te belichten. Zijn humor wordt gekenmerkt door speelse grensoverschrijdingen van het redelijke naar het onredelijke.

In zijn latere bundels bereikte hij niet overal het vroegere niveau, maar opmerkelijk zijn de zeer onconventioneel vertelde heiligenlevens, Toverlantaarn van het christendom (1975). Zijn ondogmatische levensbeschouwing en zijn visie op de ontwikkelingsgang van het wijsgerige denken legde hij neer in De filosofie van het belcampisme (1972).



[p. 66]

Werken:

Nieuwe verhalen (1946); Sprongen in de branding (1950); Liefde's verbijstering (1953); De fantasieën van B. (1958); Tussen hemel en afgrond (1959); Verborgenheden (1964); De ideale dahlia (1968); Rozen op de rails (1979); De drie liefdes van tante Bertha (1982); De eerste Nederlandse tiftie (met W.G.J. van Dijk, 1983).

Uitgaven:

Bevroren vuurwerk (1962); Luchtspiegelingen (1963); Al zijn fantasieën (1979).

Literatuur:

C.J.E. Dinaux, Gegist bestek (1958); S. Vestdijk, in Muiterij tegen het etmaal (1966); J. de Maere, `B.S. wonderwinkel', in Dietsche Warande & Belfort, 125 (1980); P. Grijs, in ...honderd, ik kom! (1982).

 

[G.W. Huygens]