Cairo, Edgar EduardNederlands en Surinaams dichter en (toneel)schrijver (Paramaribo, Suriname, 7.5.1948). Studeerde Nederlands en algemene literatuurwetenschap in Amsterdam. Debuteerde met de novelle in het Sranan Tongo Temegoe in 1969, die hij in 1979 ook in het Surinaams-Nederlands uitgaf. Vrijwel al zijn werk zal zowel in de landstaal van Suriname als in het Nederlands verschijnen, zoals Obja sa tan a brewa/Er zal geen einde zijn aan brouwsels van magie (1975), zijn eerste tweetalige dichtbundel. Cairo zet zich in zijn werk in voor de Surinaamse taalsituatie in verband met de culturele identiteit en tegenover het algemeen beschaafd Nederlands. Behalve poëzie en proza schreef hij toneelstukken, o.a. Brokositon/Puin (1977), en een hoorspel Masra (1980). Voor de Volkskrant verzorgde hij enkele jaren een reeks columns in het Surinaams/Nederlands, die werden gebundeld in Ik ga dood om jullie hoofd (1980) en Als je hoofd is geboord (1981). Werken:Kra (1970), p.; Famis'man Sani/Kollektieve schuld (1976), r.; Ba anansi. Woi! Woi! Woi!/Die dood van spin (1977), t.; Adoebe-Lobi/Alles tegen alles (1977), r.; Neti nanga joe!/Nacht met jou? (1978), t.; Foe jowe disi/Om het oer (1978), p.; Djari/Erven (1978), r.; Elzaro! Elzaro!/Doodsboodschapvogel (1978), t.; Mazra Kodokoe/Meneer Kodoquis (1978), pr. en p.; Koewatea djodjo/In de geest van mijn cultuur (1979), r.; Mi boto doro/Droomboot havenloos (1980), r.; A nowtoe foe mi ai/In de nood van het aangezicht (1980), p.; Jaje disi/Karakter's krachten (1980), r.; Dagrati! Dagrati!/Verovering van de Dageraak! (1984). Literatuur:W. Rutgers, `E.C. als taalman', in Ons Erfdeel, 25 (1982).
|