Kasteele, Pieter Leonard van de

Noordnederlands dichter en politicus ('s-Gravenhage 13.8.1748-ald. 7.4.1810). Studeerde rechten te Utrecht; advocaat te Den Haag; 1782-1787 pensionaris te Haarlem, maar vanwege zijn patriottische gezindheid ontslagen. Bekleedde van 1795-1810 hoge ambten in de Bataafse Republiek en het Koninkrijk Holland. Zijn dichterschap was van korte duur, daar hij na 1795 in beslag werd genomen door staatszaken. Hoewel zijn poëzie getuigt van een christelijke geest, viel hij vanwege zijn politieke denkbeelden bij vele medegelovigen in ongenade.

Samen met zijn vriend Hiëronymus van Alphen liet Van de Kasteele in 1771 anoniem een privé-uitgave drukken: Proeve van stigtelyke mengelpoëzy. Eerste ontwerp. Niet anoniem verscheen in 1772 Proeve van stigtelyke mengelpoëzy. Het eerste stukjen. Het is niet steeds duidelijk van wiens hand de versch. gedichten zijn (vgl. de uitgave van J.C. van de Kasteele).

In 1773 was Van de Kasteele lid van de commissie tot de verbetering der Rijmpsalmen en in 1804-1805 een der zeven gecommitteerden tot samenstelling van de bundel Evangelische gezangen der Hervormde kerk. Enkele van zijn gezangen

[p. 309]

bijv. `Rust mijn ziel, uw God is Koning' zijn klassieke kerkliederen geworden.

In 1793 publiceerde Van de Kasteele zijn vertaling De gedichten van Ossian.

Werken:

Gezangen (1790); Oden van Klopstock en Wieland (1798).

Uitgaven:

`Proeve van [...]', in J.J.D. Nepveu (ed.), H. v. Alphen. Dichtwerken, dln. i en iii (1838 en 1839); J.C. van de Kasteele (ed.), Dichtwerken (1844), met biogr.

Literatuur:

J.W. te Water, `Levensberigt', in Hand. Mij Nederl. Lett. (1810); H.J. Koenen, H. v. Alphen als christen, als letterkundige en staatsman (1844); W. van Doorn, `Over twee vertalingen van "Ossian"', in Nieuwe Taalg., xliv (1951); W. Asselbergs, `P.L. v.d. K. op Texel', in Nijmeegse colleges (1967); P.J. Buijnsters, in Tijdschr. Nederl. Taal- en Letterk., 84 (1968).

 

[W.J.C. Buitendijk]