Velde, Roger van de

Vlaams prozaschrijver (Boom 13.2.1925-Antwerpen 30.5.1970). Werkte een tijdlang als journalist bij De Nieuwe Gazet en publiceerde proza in jongerentijdschriften als Arsenaal en Nieuw Gewas. Vanaf 1961 tot kort voor zijn dood verbleef hij, ten gevolge van een palfiumverslaving, in diverse psychiatrische inrichtingen en gevangenissen.

Vanaf zijn debuut Galgenaas (1966) - uit de gevangenis gesmokkeld - verwierf hij een zekere faam als schrijver van korte verhalen met een traditionele structuur, in een stijl waarvan de heldere precisie enigszins aan Elsschot herinnert. Thematisch gaat het vrijwel steeds om de illusies, gevoelens en frustraties van marginale figuren. Hadden Galgenaas en De knetterende schedels (1969) respectievelijk de gevangenis en de psychiatrische inrichting als decor, in De slaapkamer (1967) en het na zijn dood gepubliceerde werk komt vooral de wereld daarbuiten aan bod. Daarnaast schreef Van de Velde nog de novelle Tabula rasa (1970), een satire op de jonge Vlaamse literatuur, en het pamflettistische essay Recht op antwoord (1969), dat als apologie was bedoeld.



[p. 584]

Voor zijn werk kreeg Van de Velde o.m. de Arkprijs van het Vrije Woord (1970).

Werken:

Kaas met gaatjes (1970), verh.; De dorpsveroveraar (1973), verh.

Uitgave:

Recht op antwoord en al het andere proza (1980), met een nawoord van F. de Bruyn.

Literatuur:

D. de Geest, `R.v.d.V.', in Kritisch lexicon van de Nederlandstalige lit. na 1945 (1980); A.M. de Bakker, Drugs en literatuur: geluk een naald lang (1983).

 

[D. de Geest]