Affligem, Willem vanMiddelnederlands en Latijns schrijver (Mechelen ca 1220-Sint-Truiden 14.4.1297). Bastaard uit het geslacht van de Berthouts van Mechelen; studeerde in Parijs en werd monnik in het benedictijnenklooster Affligem te Hekelgem bij Aalst. Na een verblijf te Waver als prior werd hij in 1277 abt van de benedictijnenabdij te Sint-Truiden. In de kroniek van Sint-Truiden wordt hij geprezen als een `vir magne literature' en een `bonus metricus'. Of deze kwalificaties te danken zijn aan Latijnse dan wel aan Middelnederlandse werken is onbekend en heeft tot veel gissingen aanleiding gegeven. De opvatting dat Willem van Affligem de auteur van het zgn. Limburgse Leven van Jezus, het befaamde Luikse diatessaron, zou zijn, is door De Bruin in de uitgave uit 1970 van het Luikse diatessaron opgegeven, doch leeft in een originele interpretatie voort bij G. Quispel. Tegen de veronderstelling dat Willem van Affligem de auteur zou zijn van het in één enkel hs. bewaarde, anoniem overgeleverde Middelnederlandse Leven van Lutgart werden reeds in 1946 door D.A. Stracke argumenten aangevoerd. Nieuw onderzoek heeft de positie van Willem van Affligem in de Middelnederlandse letteren verder ondergraven. Uitgaven:F. van Veerdeghem (ed.), Leven van Sinte Lutgart, tweede en derde boek. Naar een Kopenhaagsch handschrift [...] (1899); C.C. de Bruin (ed.), `Het Luikse Diatessaron. Met de Engelse vertaling van A.J. Barnouw', in Verzameling van Middelnederlandse bijbelteksten. I, Evangeliën-harmonieën (1970). Literatuur:F. Pelster, `Der Heinrich von Gent zugeschriebene Catalogus
virorum illustrium und sein wirklicher Verfasser', in Historisches Jahrbuch
der J. Görres-Gesellschaft (1918-1919); C.C. de Bruin,
Middelnederlandsche vertalingen van het Nieuwe Testament (1934); J. van
Mierlo, `W.v.A. en het Leven van Jesus en het Leven van Sinte Lutgart', in
Versl. en Meded. Kon. Vl. Acad. (1935); Idem, `Het leven van Sinte
Lutgart oorspronkelijk Limburgsch?', in Idem (1936); G.C. van
Kersbergen, Het Luikse Diatessaron in het Nieuw-Nederlands vertaald met een
inleiding over de herkomst van de Middelnederlandsche tekst (1936); L.
Willems, `Aanteekeningen over Middelnederlandsche schrijvers', in Versl. en
Meded. Kon. Vl. Acad. (1936); D.A. Stracke, `Over den berijmer der
Kopenhaagse Lutgart', in Ons Geestelijk Erf, 20 (1946); J. van Mierlo,
`Kan W.v.A. ook de bewerker zijn van het Leven van Jezus?', in Versl. en
Meded. Kon. Vl. Acad. (1950); L. Reypens, `Vita Beatricis. De autobiografie
van de Z. Beatrijs van Tienen O.Cist. 1200-1268. In de Latijnse bewerking
[...]', in Studiën en tekstuitgaven van Ons Geestelijk Erf, xv
(1964); G. Hendriks, `W.v.A. auteurschap van het Leven van Lutgart getoetst aan
het hoofdstuk - Thimere', in Ons Geestelijk Erf, 40 (1966); N. Haring,
`Der Literaturkatalog von Affligem', in Revue bénédictine,
80 (1970); G.Quispel, Het evangelie van Thomas en de Nederlanden (1971); G. Hendrix, Handschriften van de Vita Lutgardis en van vertalingen ervan in de volkstalen uit binnenlands en buitenlands bezit. Een overzicht (1974); Idem, Filologische studie van het Middelnederlandse Leven van Lutgart (Kopenhaags handschrift). Heuristiek en authenticiteitskritiek (1975), diss.; Idem, `Blood is Thicker than Water. Cistercian Sympathies in the 14th Century Catalogus virorum illustrium', in Citeaux. Commentarii cistercienses (1976); D. van den Auweele, `W.v.A. en het dubbele baljuwschap van Thimere de Rogemez', in Sacris Erudiri, 25 (1982).
|