cras 14.1.1937). Als dichter debuteerde
hij in 1960 met Kokkels en reeds daarin tekent zich het thema af, dat
zijn hele werk zal bepalen: de ingewikkelde relatie tussen tekst en
werkelijkheid, twee werelden die elkaar al op heel alledaags niveau
beïnvloeden.
In zijn eerste periode, afgesloten met de verzamelbundel
Gedichten 1960-1970 (1977), is het taalgebruik beeldend en doorzichtig,
waarbij hij zich ook laat zien als een der leidende figuren van het tijdschrift
voor teksten: Barbarber. Bernlefs verwondering gaat uit naar
onaanzienlijke, bijna vergeten feiten in de realiteit, die door een vaak
citeren of nauwelijks verschuiven-in-taal nieuw leven krijgen.
In de bundels na 1970 wordt het aandeel van de taal
allengs groter en nemen de citaten af. Vooral in de bundels Zwijgende
man (1977) en Stilleven (1979) gaat het om de taal op de rand van
het zwijgen, anders gezegd om een kwestie van leven en dood. Hierin toont
Bernlef zich een heel modern dichter, die zijn `ommezwaai' van het realisme van
Barbarber naar het structuralisme van het tijdschrift Raster,
waarvan hij redacteur is, ten volle waar maakt. Ook in zijn
poëziekritieken, o.a. verzameld in de bundel Het ontplofte gedicht
(1978), blijkt zijn toenemende aandacht voor vorm en taal. Steeds weer ziet hij
kans op eenvoudige wijze ingewikkelde poëzie toegankelijk te maken,
daarbij zijn inleidingen als eigen bestaansverheldering gebruikend.
Ook als schrijver van proza volgt hij in de werkelijkheid
de kleine verschuivingen, die die werkelijkheid beeldend tot zelfs fictief
lijken te maken, zodat er niet of nauwelijks verschil meer is met de wereld van
een tekst. Een goed voorbeeld is de roman De maker (1972) met de
vervalser Van Meegeren als hoofdpersoon. Ook de bekroonde roman De man in
het midden (1977) laat op fascinerende en eenvoudige wijze zien hoe een man
zich op de grens tussen verbeelde en reële werelden kan bewegen. In zijn
toneelwerk ten slotte zoekt Bernlef meer het gewone leven op, bijv. dat van
taxichauffeurs, maar ook daarin moeten de meest absurde verschuivingen
plaatsvinden.
In 1984 kreeg hij de Constantijn Huygensprijs voor zijn
gehele oeuvre.