De Nederlandse en Vlaamse auteurs


auteur: G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse


bron: G.J. van Bork & P.J. Verkruijsse (red.), De Nederlandse en Vlaamse auteurs van middeleeuwen tot heden met inbegrip van de Friese auteurs. De Haan, Weesp 1985


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Debrot, Cola

Eig. Nicolaas, Nederlands prozaschrijver en dichter (Bonaire 4.5.1902-Amsterdam 2.12.1981). Studeerde in Nederland en was als arts werkzaam te Amsterdam. In 1948 keerde hij voor een aantal jaren terug naar zijn geboorteland. Hij was directeur van het kabinet van de gevolmachtigde minister van de Nederlandse Antillen te Den Haag en werd daarna gouverneur van de Antillen.

Debrot debuteerde met een lange novelle in het maandblad Forum (1934-1935): Mijn zuster de negerin (1935). Hij beschrijft hierin de terugkeer naar zijn geboorte-eiland, na een langdurig verblijf in Europa, van Frits Ruprecht. Diens gevoel van broederlijke verbondenheid met het volk waaruit hij stamt is zo groot, dat hij een negerin wil trouwen. Wanneer hij denkt dat verlangen te kunnen verwezenlijken in een jeugdvriendinnetje, blijkt zij inderdaad zijn zuster, dochter van zijn vader.

Debrot heeft behalve enkele bundels gedichten nog een tweetal novellen gepubliceerd. Met Dagboekbladen uit Genève (1963 en 1977) heeft hij dit genre tot literatuur van hoog niveau ontwikkeld.

In 1982 werd de novelle De vervolgden uitgegeven. Het verhaal speelt op de Benedenwindse Eilanden tijdens de Spaanse verovering in de eerste helft van de 16de eeuw. Het laat in een historische context de problemen van een gemengde bevolking zien.

Werken:

De verloving (1941), nov.; Bekentenis in Toledo (1945), p.; Navrante zomer (1946), p.; Bid voor Camille Willocq (1946), nov.; Bewolkt be-

[p. 162]

staan (1948), r.; De afwezigen (1952), p.; Tussen de grijze lijnen (1977), p.

Uitgave:

Verzameld werk (1985).

Literatuur:

J. van de Walle, in Beneden de wind. Herinneringen aan Curaçao (1974); C.G.M. Smit en W.F. Heuvel, in Autonoom. Nederlandstalige literatuur op de Antillen (1975); W. Rutgers, `C.D. en Luc Tournier', in Ons Erfdeel, 22 (1979).

 

[R. Nieuwenhuys]