De Nederlandse en Vlaamse auteurs


auteur: G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse


bron: G.J. van Bork & P.J. Verkruijsse (red.), De Nederlandse en Vlaamse auteurs van middeleeuwen tot heden met inbegrip van de Friese auteurs. De Haan, Weesp 1985


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Deel, Tom van

Nederlands dichter en criticus (Apeldoorn 21.2.1945). Docent moderne Nederlandse literatuur aan de Universiteit van Amsterdam. Werkt daarnaast als criticus voor het dagblad Trouw. Zijn boekbesprekingen bundelde hij in Recensies (1980).

Van Deel schreef aanvankelijk een persoonlijke en anekdotisch getinte lyriek, met een sterk ironische ondertoon, maar gaandeweg wordt zijn poëzie bepaald door het thema van een problematische werkelijkheidsbeleving. Hierin toont hij overeenkomst met zijn vroegere mederedacteuren van het literaire tijdschrift De Revisor, D.A. Kooiman en N. Matsier. In zijn poging vast te leggen wat is, komt de dichter niet verder dan een registratie van wat voorbij is: `afbeelden van leegte' (R. Kopland). Zijn affiniteit met de dichter Chr.J. van Geel blijkt uit de publikatie Gedichten bij tekeningen (1975).

Werken:

Strafwerk (1969), p.; Recht onder de merels (1971), p.; Klein diorama (1975), p.; Lees eens een gedicht (1971), bloeml.; Lees nog eens een gedicht (1977), bloeml.; De vogel (1979), bloeml.; Bij het schrijven: gesprekken met Rutger Kopland, Gerrit Krol, Jan Kuijper, Willem Brakman en Jeroen Brouwers (1979).

Literatuur:

R. Kopland, `Want waar verdwijnt is hopeloos bewegen', in Tirade, 225 (1977); J. Diepstraten, interview in Bzzlletin, 1 (1982-1983).

 

[J. Goedegebuure]