De Nederlandse en Vlaamse auteurs


auteur: G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse


bron: G.J. van Bork & P.J. Verkruijsse (red.), De Nederlandse en Vlaamse auteurs van middeleeuwen tot heden met inbegrip van de Friese auteurs. De Haan, Weesp 1985


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Dijkstra, Waling

Fries prozaschrijver (Vrouwenparochie 14.8.1821-Holwerd 15.1.1914). In 1840 bakker te Spannum, vanaf 1861 boekhandelaar te Holwerd. Dijkstra ontwikkelde zich tot Fries volksschrijver. Organiseerde met anderen voordrachtavonden en was in die tijd zeer populair. Ook bevorderde hij de Friese volkszang. Door zijn afkomst en reizen door Friesland was hij een goed kenner van de Friese taal en leerde hij veel gebruiken die nog in zwang waren, kennen, evenals nog bestaande volksverhalen.

Zijn werk is in hoofdzaak rationalistisch-moralistisch; hij streed voor eenvoud en waarheid als `burgerlijke deugden'. Was een aanhanger van de verlichting en hoewel moralist kon hij predikanten niet zetten en stak de draak met de eenvoudige belijders van de gereformeerde waarheid. Als broodschrijver en redacteur van diverse periodieken moest hij veel schrijven, vertalen of bewerken.

Dijkstra's werk is van belang omdat hij velen bewoog tot het lezen van Fries; literair wordt het thans niet meer gewaardeerd. Het geeft wel een blik in het sociale en morele leven van het vrijzinnig deel van Friesland. Van meer en blijvend belang is zijn folkloristische werk: Uit Frieslands volksleven van vroeger en later (1892-1896) en het Friesch Woordenboek (1898-1911), dat hij met hulp van anderen voltooide.

Literatuur:

E.B. Folkertsma, `Nei trettjindeheal jier', in De Holder (1928); J.W. Dykstra, W.D., syn libben en syn wurk (1949), met bibl.; J. Pie-

[p. 185]

benga, Koarte Skiednis fan de Fryske Skriftekennisse (19572); F. Dam e.a., Mar ik sil stride... (1971); Sj. van der Schaaf, Skiednis fan de Fryske biweging (1977); K. Dykstra, Lyts hânboek fan de Fryske literatuer (1977); Sj. van der Schaaf, `De Frîske nysbode', in It Beaken, 43 (1981); T. Riemersma, Proza van het platteland (1984).

 

[K. Fokkema]