De Nederlandse en Vlaamse auteurs


auteur: G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse


bron: G.J. van Bork & P.J. Verkruijsse (red.), De Nederlandse en Vlaamse auteurs van middeleeuwen tot heden met inbegrip van de Friese auteurs. De Haan, Weesp 1985


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Kooiman, Dirk Ayelt

Nederlands prozaschrijver (Amsterdam 3.1.1946). Volgde enige tijd colleges filosofie. Medeoprichter en -redacteur van Soma (1968-1972). Geldt als de meest uitgesproken representant van De Revisor, eveneens door hem opgericht (sinds 1974). Schreef behalve romans ook een aantal film- en televisiescripts, o.m. voor Orlow Seunke's Prettig weekend, meneer Meijer. Opval-

[p. 328]

lend in Kooimans werk is de grote eenheid van thematiek en vormgeving. De hoofdpersoon is gewoonlijk een jongeman die zichzelf en zijn verhouding tot de werkelijkheid als sterk problematisch ervaart. De eigen identiteit en de wezenlijke aard van wat hij als buitenstaander waarneemt, vormen bronnen van twijfels en onzekerheden. In de vorm vindt dat zijn uitdrukking in een hoge mate van gestructureerdheid: manipulaties met de tijd, spiegelingen en parallellen in motieven en personages, en vooral de subtiele hantering van verschillende vertelperspectieven die distantie, onzekerheid en vervreemding scheppen. De invloed van bewonderde voorbeelden als Gombrowicz, Nabokov en Handke is hier duidelijk waarneembaar. Daar zowel verteller als hoofdpersoon, de laatste vaak tot in de naamgeving toe, bewuste afsplitsingen zijn van de auteur, is er zo een rechtstreekse band met de biografische en maatschappelijke werkelijkheid.

Na de met veel terughouding ontvangen debuutbundel Manipulaties (1971) betekende de roman Een romance (1973) een doorbraak. De grote stilte (1975) werd bekroond met de Van der Hoogtprijs 1977.

Mede door de levendige verteltrant het best geslaagd is De vertellingen van een verloren dag (1980), een roman waarin door ingenieuze kaderverhaalachtige constructies de confrontatie van de hoofdpersoon met zijn verleden verschillende parallellen krijgt, tot op het meest algemene niveau toe: de doem van wo ii die door de vernietiging van het humanistische verleden voor de naoorlogse generaties een leegte heeft geschapen, waarin alleen het gevecht om een nieuwe identiteit het leven mogelijk een nieuwe zin kan geven.

Werken:

De theorie van de opiniërende identificatiereflex (1974), parodie op Kousbroek; Souvenirs (1974), verh.; De schrijver droomt (1976), verh.; Carrière (1978), anekdotes; Niets gebeurt (1979), keuze uit de verh.; Alles moet anders (1981), nota over het kunstsubsidiebeleid; Jan Moutijn (1982).

Literatuur:

J. Diepstraten en S. Kuyper, in Het nieuwe proza (1978), met bibl.; A. Nuis, in Boeken (1978); W.A.M. de Moor, in Wilt u mij maar volgen? (1980); A.H. den Boef, in Kritisch Lexicon van de Nederlandstalige lit. na 1945 (1982).

 

[J. Huijnink]