De Nederlandse en Vlaamse auteurs


auteur: G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse


bron: G.J. van Bork & P.J. Verkruijsse (red.), De Nederlandse en Vlaamse auteurs van middeleeuwen tot heden met inbegrip van de Friese auteurs. De Haan, Weesp 1985


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Kusters, Wiel

Nederlands dichter en prozaschrijver (Kerkrade 1.6.1947). Cultureel medewerker van de Regionale Omroep Zuid, letterkundig medewerker van NRC/Handelsblad en medewerker aan het literaire programma Spektakel van de kro.

Debuteerde vrij onopvallend in het tijdschrift Contour (1965) met poëzie, maar wekte belangstelling met de bundel Een oor aan de grond (1978). In deze bundel worden twee thema's met elkaar verweven, de verhouding vader en zoon, en het leven van de Limburgse mijnwerker (Kusters vader was mijnwerker). In de latere bundel De gang (1979) blijkt zijn poëzie geslotener te zijn geworden, wellicht mede onder invloed van het werk van Gerrit Kouwenaar, waarmee Kusters affiniteit voelt. Na de bloemlezing Het werk (1980) verscheen een bundel verhalen onder de titel Het mijnmuseum (1981) en opnieuw poëzie in Hoofden (1981).

Werken:

Kwelrijm (1983); Een tuin in het niks: 5 opstellen over G. Kouwenaar (1983).

Literatuur:

H. van de Waarsenburg, in Literama, 13, 5 (1978), interview. H. Beurskens, in Schrijver zonder stoel (1982); H. van de Waarsenburg, in Ik kom toch uit geen gekkenland vandaan? (1983).

 

[G.J. van Bork]